De Hel in Eindhoven

Wat een moment. PSV-doelman Zoet wordt naar de kant gehaald en hij lijkt met trots en  respect plaats te willen maken voor zijn ‘concurrent’ Room. Een tafereel dat zowel pijnlijk als exemplarisch voor me is, als Ajacied.

Op dat bewuste moment word ik omgeven door uitzinnige PSV’ers. Ik moet bekennen, ik heb de wedstrijd dan eigenlijk al achter me gelaten. Uit zelfbescherming. Emotioneel zwerf ik in het gebied tussen woede, schaamte en ongeloof. Nog langer naar die martelgang op het veld kijken trek ik niet. Ik zit met mijn rug naar het levensgrote scherm in het café in Nederwetten bij Eindhoven, waar ik met vrienden een verjaardag vier. Dat ik die wissel meemaak, komt vooral omdat ik naar de bar loop om een pijnstillend biertje te halen. Auw. Dat denk ik. Auw.

Noem me levensmoe. Als je als enige Ajacied tussen alleen maar PSV’ers dé laatste strohalmwedstrijd kijkt, dan ben je niet wijs. Ik weet het. Maar dat is mijn lot. Of het kruis dat je draagt als Ajacied, wonend in de stad van de Boeren. Dat moet ik dragen. Dat pakt soms onwijs prettig uit. Vaak ook niet. Zoals afgelopen zondag.

Ik slik, ik lach als een boer met kiespijn

Makkelijk was die verjaardag zeker niet. Vooraf is er al heel wat ‘pret’. Ik teken maar eens wat beelden die gekoppeld zijn aan mijn lot. Nog voordat de wedstrijd begint, heb ik al allerlei Ajaxliedjes gehoord vanuit PSV-perspectief. Wordt er verwezen naar kampioenschapstaarten en staat het embleem van PSV zelfs op de cappuccinoschuim.  Mijn kaken malen. Ik slik, ik lach als een boer met kiespijn, hoewel het woord boer in deze situatie niet echt handig is.

Diep van binnen zit er op dat moment nog altijd dat sprankje hoop. Hoop dat we het kampioenschapsfeest van PSV nog minimaal een weekje kunnen uitstellen.

De voortekenen zijn er immers. De hele week al. Tenminste, in mijn gekke hoofd. De hele week leg ik mijzelf doelen op. Doelen om te bewijzen dat we nog kans maken. Ik weet niet of dat alleen in mijn rare autistische hoofd gebeurt, maar soms geloof ik in kinderlijke causale onzintheorieën. Een voorbeeld? Als ik deze wandeling binnen 15 minuten voor elkaar krijg dan winnen we zondag. Of: als ik deze trap in zijn geheel met twee treden tegelijk kan nemen, dan maakt Siem de winnende. Ik leg mijzelf fysieke doelen op die soms onhaalbaar lijken, maar met inzet en geloof echt behaald kunnen worden. Alles om Ajax zondag te laten winnen. Of op z’n minst gelijk te laten spelen. De hele week heb ik ieder doel gehaald. Het zou ons lukken. Dat had ik kinderlijk eenvoudig vastgesteld.

Totaal verward reageer ik op de vrije trap van Schöne

Lang heb ik daarin niet geloofd, toen het fluitsignaal eenmaal geklonken had. Totaal verward reageer ik op de vrije trap van Schöne. Ik zit klaar om te juichen. Om op te springen. In mijn hoofd koppel ik de ongekend hoge doelen van afgelopen weken aan dit moment. Hardop zeg ik: do it Lasse. Ik zie de wedstrijd van Feyenoord van vorig jaar voor me. Die ongekende pegel. Ik geloof. Ik heb zelfs al een vuistje gebald. De kuitspieren staan strak in mijn vel, klaar om een gat in de lucht te springen. Dit moment gaat de wedstrijd kantelen.

Lasse schiet. En verbrijzelt met een kanonskogel ieder scenario dat in mijn hoofd leeft. De bal die zwiepend het stadion uitvliegt, is nog steeds niet gevonden in Eindhoven.

Niet Ajaxwaardig. Dat is de term die valt na de 90 minuten. Twee woorden die uit diverse monden komen voor de camera’s. En het klopt. Het was niet om aan te zien ook. Onze ploeg speelde zonder geloof, zonder vertrouwen, zonder inspiratie, zonder gogme. Niet met een mes tussen de tanden, sterker nog, het was niet eens een stomp plastic wegwerpmesje. Niet Ajaxwaardig.

Maar zo is het al weken heren. Dat weten we eigenlijk toch ook wel. Waarom geloofden we nog? Was dat zelfbescherming? Omdat het pijnlijk is om PSV’ers te zien hossen met de schaal waar we zo naar verlangen? En dat in een direct duel tegen ons. Pijnlijk. Zoals de wissel van een keeper, waarmee dit betoog begon. We hadden hoop, maar we speelden zo zwak dat PSV zelfs de gelegenheid had om dit theaterstukje op te voeren (overigens verbaas ik me dat iedereen dat als een ‘prachtig gebaar’ betitelde. Hadden wij het gedaan dan had het arrogant geheten).

Kinderlijk en naïef. Mentaal niet krachtig. Minder discipline en een mindere teamspirit. Ten Hag zei het allemaal na die wedstrijd. Ik had het over pijnlijk, maar de zinnen van onze trainer refereren nu aan het exemplarische. Hebben we dit jaar een team gezien in het veld? Hoeveel wedstrijden stonden er elf man binnen die lijnen die met absolute overgave een potje wilden winnen? Een handje vol misschien?

Ik heb op deze plek vaak gefoeterd op de verwende mentaliteit van onze spelers. Over de randzaken waarmee ze zich bezighouden. En ja, ik ben allerminst een fan van Ziyech als het gaat om zijn leven buiten het veld. Binnen de lijnen vind ik hem een baas. Tenminste, als zijn voeten spreken. Het verbale is niet aan hem besteed. Daardoor ook niet aan mij. Zijn houding en zijn gebaren evenmin. Maar vóór de wedstrijd tegen PSV raakte hij de spijker op z’n kop door keihard te beweren dat PSV mentaal verder was.

Binnen de lijnen vind ik Ziyech een baas

Niets van gelogen, zo bleek zondag maar weer. Ik vind het ook knap en eerlijk dat hij het zegt. Het mag duidelijk zijn dat Ziyech op sociale media er flink van langs kreeg. Ik zal de berichten vol krachttermen en kromme zinnen hier niet herhalen, maar jullie kunnen je er iets bij voorstellen. Afgelopen zondag kreeg Ziyech ook nog eens een zwiep toen de spelersbus opgewacht werd door boze ‘fans’. Dat komt dan bovenop de fluitconcerten die hij geregeld krijgt.

Het is allemaal exemplarisch voor het Ajax van nu. Waar zijn we nu mee bezig? Boze ‘fans’ flikkeren brandend vuurwerk het Eindhovense publiek in. Stuk voor stuk slechte verliezers. Je schaamt je dood. Iedereen die 15 mei 2011 heeft meegemaakt als fan, weet hoe het voelt om thuis tegen een directe concurrent kampioen te worden. Dat is euforie in optima forma. Gun mensen dat.

Boze fans halen verhaal bij de bus. Aanvaringen tussen trainers en bestuur. Muiterij van spelers. Ruziënde bestuursleden. Gespeculeer over vertrek, net zo veel roddels over opvolging. Ik ben het zat.

Ik ben moe. Ik ben verslagen. Ik ben zelfs leeg en hopeloos

Peter, je vroeg me wat voor verhaal dit zou worden. Of de ratio zou overwinnen van de emotie. Ik heb eigenlijk geen idee. Ik wil helemaal niet meer analyseren. Ik wil het niet hebben over Van der Sar, Ten Hag, Overmars, Bergkamp, Bosz, Keizer, Jonk of Blind. Dat hebben we het hele seizoen al gedaan. Ik wil het ook niet hebben over die verwende spelers. Ik ben moe. Ik ben verslagen. Ik ben zelfs leeg en hopeloos. Ik ben ook bang vooral dat de gifbeker nog lang niet leeg is. Het is een seizoen dat dramatisch begon en qua ellende nog lang niet voorbij lijkt. Van der Sar wil blijven zitten. Ik ben zo apathisch dat ik zelf daar nu ook wel in geloof. Rust in de tent. Dat wil hij. Ik denk dat we daar allemaal naar snakken. Of hij daar nu de geschikte persoon voor is of niet.

De wissel van Zoet was een exemplarisch moment. Het verschil tussen de kampioen en de niet-kampioen. Nog zo’n verschilletje: vanuit de feestende massa krijg ik nagenoeg tegelijkertijd een foto van een PSV’er die een uitshirt draagt met nummer 34. Met daarop de naam van Nouri. Pijnlijk. Mooi. Pijnlijk mooi en exemplarisch. Een kampioensactie. Hoewel ik datgene wat die 34 symboliseert graag omarmd had. Zowel in de vorm van de persoon als in de vorm van de schaal.

Maar ja….Ajaxonwaardig.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s