Liefde voor Ajax is blind

Natuurlijk hebben jullie je seizoenskaart verlengd, Arco. Zoals je terecht zei: het kon alle kanten op, die avond in de kroeg in Amsterdam-Oost, maar de uitkomst stond vast. De meeste mensen blijven niet hun hele leven bij hun eerste vriendin. Bij je club ligt dat heel anders. Je club blijft je club. Geen ontsnappen aan. Het kan dooien, het kan vriezen, de pleuris kan genadeloos uitbreken omdat je dankzij falende beleidsbepalers wéér geen kampioen wordt, maar een betere club dan deze is er niet. Als het had gerijmd, was dit de tekst geweest die Kees Prins had gekozen.

In de periode dat ik verliefd werd op Ajax was de liefde letterlijk Blind. Met hoofdletter. Het was de tijd van de voetballer Danny Blind: moderne verdediger, prijzenpakker en aanvoerder. Bij andere clubs leek de aanvoerder nog wel eens een toevallige passant met een band om zijn arm. Danny Blind was veel meer dan dat. ‘Beter dan Baresi bij het grote Milan.’ Hondstrouw aan mijn club. Onze eminente aanvoerder. Omdat ik als 12-jarig jongetje niet precies wist wat eminent nou betekende, werd het voor mij synoniem voor Danny Blind. Een koninklijke aanvoerder en een extra coach in het veld.

Deze jongen is de komende vijftien jaar verzekerd van een basisplaats in het Nederlands elftal en gaat de Europese top halen.

Er is in twintig jaar veel veranderd. Een onkreukbare aanvoerder is nog geen geschikte directeur, een coach in het veld nog geen coach langs de kant. En toch vind ik dat Danny Blind de laatste jaren lang niet altijd eerlijk is beoordeeld. Zijn jaar als trainer van Ajax 1 was zeker niet geweldig, maar er was wel een stijgende lijn te zien. We wonnen de Johan Cruijff Schaal, de play-offs, de beker en overwinterden in de Champions League. Als trainer van Oranje was hij inderdaad verantwoordelijk voor de dramatische wedstrijd tegen Bulgarije, maar kende hij ook veel pech. Blind houdt net zo onvoorwaardelijk van Ajax als wij. In mijn hoofd zit voor altijd de eminente aanvoerder. Prima dat hij terugkeert als commissaris.

Over aanvoerders gesproken. Ik ben heel blij met onze nieuwe aanvoerder. Piepjong en toch al de uitstraling van een routinier. Binnen en buiten het veld. Ik heb hier vaker aangegeven hoezeer ik een hekel heb aan het ophemelen van spelers na anderhalve goede wedstrijd. Justin Kluivert, Frenkie de Jong. De verwachtingen zijn totaal onrealistisch, de vergelijkingen belachelijk. Bij Matthijs de Ligt is dat anders. Sinds zijn debuut is hij zo’n ongelooflijk stabiele factor in het team. Deze jongen is de komende vijftien jaar verzekerd van een basisplaats in het Nederlands elftal en gaat de Europese top halen, daar ben ik zeker van. Hopelijk kan de aanvoerdersband ervoor zorgen dat hij nog een seizoen (en een kampioenschap) in Amsterdam meemaakt.

Misschien vind ik De Ligt wel de mooiste Ajax-aanvoerder sinds Cristian Chivu. Ook zo’n jonge centrale verdediger, die als tiener al de uitstraling van een ervaren international had. Roy, weet je wie Chivu ooit naar Ajax haalde? Dat was Danny Blind, die heeft een neusje voor aanvoerders. Ik miste Chivu twee weken geleden in je lijstje. En bij Nikos Machlas vergat je te vermelden dat hij met zijn belangrijke goals een groot aandeel had in het kampioenschap van 2002, mijn eerste titel als seizoenkaarthouder. Ook dat jaar ontsloegen we in december onze trainer. Ik vrees dat het bij die overeenkomst blijft.

Het vertrek van Chivu in 2003 was een drama. Een van de meest pijnlijke uitgaande transfers die ik heb meegemaakt. Omdat we net weer iets voor leken te stellen, op Europees toneel. Omdat we eindelijk weer een eminente aanvoerder leken te hebben. Omdat we AS Roma een paar maanden eerder gewoon keihard hadden uitgeschakeld. Misschien ook vanwege de enorme soap die het werd. Iets met aanbetalingen, bankgaranties, mondelinge afspraken, een deal die stukliep en een speler die werd teruggehaald naar Amsterdam om de volgende dag toch weer te vertrekken. Zoiets maken we nooit meer mee.

O, wacht.

Het is de week van de reconstructies in de zaak Younes. Het resultaat is een potsierlijke potpourri van onwaarschijnlijke complottheorieën die moeten verklaren welke duivel in de tot voor kort zo guitige linksbuiten gevaren is. Is het Joachim Löw? Is het de Napolitaanse maffia? Zijn er nu wel of niet tragische familieomstandigheden geweest? Waarom leken Ajax en Younes in eerste instantie allebei blij met het afketsen van de tussentijdse transfer in januari en is het nu weer hommeles? Wat is er in Napels precies gebeurd met onze Duitse dribbelaar en – niet onbelangrijk – wat is in dit alles de rol van Gennaro Savastano?

Ik was in januari ook in Napels en moet toegeven: het is een wat rauwe stad, niet de meest vriendelijke plek van Italië. Er waren straathoeken waar militairen stonden met indrukwekkend wapentuig en door de hoogteverschillen is de stad bij uitstek ongeschikt voor transport per bakfiets. Maar wat was het er heerlijk! Aan de stad heeft het volgens mij niet gelegen. Gebrek aan speeltijd dan? Nee, daar had hij in Amsterdam ook al maanden last van. Persoonlijk denk ik dat er iets anders is gebeurd. Mijn theorie? Dat Younes bij Napoli heeft staan kijken naar een training en dat iedereen na afloop vertrok, iedereen op één heel klein mannetje met een kuif na. Dat dat mannetje naar hem toegekomen is, zijn arm om hem heengeslagen heeft en met Vlaamse tongval heeft gezegd: ‘Wij gaan samen de kampioenswedstrijd spelen en wij worden beste vriendjes.’

Een kwartier later trof ik Amin Younes op het vliegveld.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.