De ene vogel is de andere niet 

Dank voor je mooie eerbetoon aan Abubakari, Thijs. Ook ik werd heen en weer geslingerd tussen verleden en heden, zoals een Ajacied betaamt.

Op Instagram zie ik een foto voorbijkomen van een verse tatoeage. Meteen denk ik terug aan de zomer van 2008. Ajax is al jaren geen kampioen meer geworden. En het zal nog drie lange seizoenen duren voor het eindelijk ‘die 15 mei’ wordt.

Bestuurlijk is het een grote puinzooi in de ArenA. Aron Winter, Hennie Spijkerman en Carlo l’Ami werken met de selectie.

Trainer is Marco van Basten, maar al snel wordt pijnlijk duidelijk dat hij niet de juiste man op de juiste plek is. In de selectie pronken Vertonghen, Toby Alderweireld, Huntelaar, Suárez. Maar ook doodleuk een Wielaert, een Kennedy, een Sarpong.

In Cardiff wordt op een avond in juli een lome oefenpot gespeeld. 0-0. Een wedstrijd waar behalve de aanwezigen niemand ooit meer aan terug zou denken, ware het niet dat Bob Marley’s ‘Three Little Birds’ die avond zijn intrede doet in de Ajax-mythologie.

Don’t worry…about a thing…cause every little thing…’s gonna be alright. Ik was er niet bij in Wales, die avond. Wel bij de wedstrijd tegen Zagreb in de ArenA anderhalf jaar later, toen het nummer voor het eerst thuis door de speakers klonk. En ik voelde meteen…berusting. Voor mij een unieke ervaring, als het om Ajax gaat. Het besef overviel me: het komt wel weer een keer goed. Relax!

Want Ajax moét altijd. Moet kampioen worden. Moet ook nog met mooi spel. Moet in 4-3-3. Moet elke week tegen tot op het bot gemotiveerde tegenstanders. Als je zo veel moet, moet je soms ook kunnen lachen om jezelf. En voor mijn gevoel werd Ajax vanaf dat moment net iets relaxter. Weer geen kampioen? Komt wel weer een keer.

En komen deed het uiteindelijk, vier keer op rij maar liefst. Het voetbal liet vaak te wensen over, maar dit was nog maar het begin, toch? No spang, chill, wij zijn Ajax, we zijn eindelijk weer soort van de beste.

Spelers kwamen en gingen zoals altijd, maar achter de schermen begon het gezeik. David Endt ging weg, in 2013….Sindsdien won Ajax ternauwernood één titel. Vak410 ‘weg’. Uri Coronel. Frank de Boer. Weg. Wim Jonk, weg. Bob Marley’s zalvende woorden hadden hun kracht en magie verloren. De toverspreuk van de drie kleine vogeltjes definitief uitgewerkt.

En dan terug naar het heden.. Een waterig herfstzonnetje, een zondag in november. Ajax–Utrecht. De middag dat Ajax in niets op het Ajax leek waarvan wij onszelf zo graag wijsmaken dat het ergens nog bestaat. Een déjà-vu maakt zich van mij meester.

Ajax is al jaren geen kampioen meer geworden. En het kan zomaar nog seizoenen gaan duren voor het eindelijk weer ‘zo’n 15 mei’ wordt. Bestuurlijk is het een grote puinzooi in de ArenA. Aron Winter, Hennie Spijkerman en Carlo l’Ami werken met de selectie.

Trainer is Marcel Keizer, maar het is pijnlijk duidelijk dat hij niet de juiste man op de juiste plek is. Pijnlijk herkenbaar allemaal.

Ditmaal geen berusting. Er van wakker liggen doe ik al weken niet meer, daarvoor is het seizoen al te verloren. Maar ongeloof, teleurstelling en een aanwakkerende woede overheersen. Weer helemaal terug bij af.

Al dat geld. Al die potentie. Al die hoop, kortstondig, nog maar een half jaar geleden. Even mochten de luiken naar dat gevoel van de jaren ‘90 weer op een kier, na Schalke en Lyon. Do worry. Every little thing is not going to be alright. Want hoe kan ik relaxen als er werkelijk niets klopt aan mijn geliefde club?

De grote resetknop moet misschien maar gewoon ingedrukt. Control Alt Delete. Laat seizoen 17/18 maar het grote niets zijn. Het was eerlijk gezegd toch al voorbij, nog voordat we er aan begonnen. Een titel was een mooi eerbetoon aan het eind van de rit geweest voor Appie en Eberhard. Maar met een schone lei beginnen is ook heel wat waard.

Aan de ArenA-duif zijn inmiddels al heel wat columnwoorden gewijd. In een tijd waarin de onvrede en frustratie van de tribunes druipt zijn drie Sjakies die in de rust achter een vliegende rat aan sjokken het vermaak dat ons verbindt, maar niet het vermaak dat ons in vervoering brengt. Als een duif je man of the match is, valt er voorlopig weinig te juichen.

Terwijl ik dit schrijf verschijnen twee Ajax-berichten in mijn tijdlijn. In een geheime (?!) oefenpot weet Ajax niet van Telstar te winnen. En Sonny Silooy is verdrietig: Ajax is Ajax niet meer. Hoe erg moet het wel niet zijn wil je Sonny Silooy verdrietig krijgen?! Zelfs in een interlandweek, de afgelopen jaren een geestelijk toevluchtsoord voor elke getergde Ajacied, weet Ajax mij nu weer somber te stemmen. Hoelang voordat er weer wat te don’t worry’en is, denken jullie?

Categorieën: Arco

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s