Geen collectieve grafzerk voor mij

Beste mannen,

Wat een prachtig afscheid van Van der Laan schreef je Peter. Je had zoveel andere plannen die week, maar je kon niet om Eberhard heen. Tenminste, zo voelde het voor jou. En ik geef toe: als ik beelden zie van de gedenkplaats die zijn huis geworden is, dan kan ik alleen concluderen dat je gelijk had. Telkens weer zie ik Ajax-sjaaltjes hangen. Hij was burgervader en fan van ons cluppie. Amsterdam huilt dus. Alweer.

Toch wierp je een vraag op Peter. Waarom rouwen we massaal?

Vroeger deden we dat in besloten kring, toch? Hoewel de Arena natuurlijk niet echt een huiskamertje is. Maar ons verdriet leggen we bijna letterlijk op de mat. Onze hoofden diep tussen de schouders als we weer een grootheid verliezen. Gezamenlijk. Als één familie. Het is bijna een vanzelfsprekendheid geworden. Het afscheid van Cruijff, da’s logies. Maar denk ook aan Keizer. Of iets verder terug in de tijd, denk aan het afscheid van Bobby. We rouwen. Massaal. Dragen dat ook uit. We eren helden, proberen de sterfelijkheid zelfs omkeer te maken door het fysieke afscheid te negeren. Neem Bobby, we hebben hem vereeuwigd in brons voor de Arena. We houden hem daarmee bij ons. Samen met zijn strafbankje uit de Bobby-hersteltraining.

Ze verstoorden ons collectief moment van verdriet

Denk aan onze Sjaakie. Tegen PSV namen we licht snikkend afscheid van onze ouwe held. De materiaalman die we altijd konden benaderen. Woest waren we toen een handjevol Boeren zich niet hield aan die minuut stilte. We wilden door de hekken heen denderen om die horken op hun gezicht te timmeren. Niet dan? Ze verstoorden ons collectief moment van verdriet.

Nu is het Van der Laan. Ja, Kamp Seedorf heeft iets mooi gemaakt. En ja, daar hangt hij. Op de Arena. Ook dat kun je nog koppelen aan ons cluppie. En de groteske intimiteit.

Maar in dit tijdperk gaat het allemaal veel verder. Op sociale media creëren we virtuele grafzerken, zoals Leon Verdonschot mooi concludeerde bij de dood van Chris Cornell. Kijk naar Van der Laan. Daar doen we hetzelfde. Er kwam een lied van Kikki Schippers voorbij op mijn tijdslijn. Heel ontroerend en mooi. Er was een tiener die een persoonlijke brief deelde, een brief die vervolgens duizenden keer door anderen op Facebook werd geslingerd. Da’s toch onwerkelijk.

Waarom doen we dat? Ik las daar ooit een verklaring voor. Het heeft meerdere redenen. Beroemdheden zijn mensen waaraan we ons graag spiegelen. Ze hebben geld. Er is roem. En dat klinkt dan misschien heel erg plat. Laat ik het opnieuw proberen. Beroemdheden zijn bedreven in hun tak van ‘sport’, uitzonderlijk, staan in het spotlicht. Kortom, alles wat we niet zijn, maar wensen te zijn.

Wat gebeurt er als iemand overlijdt? Juist ja, dan nestelen we ons naast die beroemdheid. Houden we ineens publiekelijk van de danspasjes van Michael Jackson. Vergroten we onze bijzondere band met de beroemdheid uit. We dansen voor het laatst met Mary Jane omdat Tom Petty ons leven ´altijd kleur gegeven heeft’. We voelen ‘ons te min’ als Armand gedwongen stopt met het roken van joints, omdat de tijd op is.

Het gaat daarbij niet alleen om de artiest. Maar meer om de uiting die we er aan willen geven. Je moet je emotie tonen. Omdat het iets over je zegt. Het is een mijlpaal, weliswaar een verdrietige. En mijlpalen deel je. Daardoor zet je jezelf in het spotlicht. Of op het podium. Als ware je die beroemdheid zelve. Alsof je hem persoonlijk kende vooral. Volgens wetenschapper Seth C. Lewis houden we dat vervolgens in stand door de wederkerigheid die het oplevert. In de vorm van duimpjes, traantjes en steunende woorden in de comments. Sociale media bieden ons de gelegenheid om met die rouw onze band te versterken. Om met elkaar te praten. Om elkaar daarvoor de waarderen vooral. De plichtmatige collectieve rouw, die volgens Verdonschot inmiddels zelfs opeisbaar voelt.

Terug naar Van der Laan. Ik zag het weer gebeuren. Mensen uit het diepe zuiden, die dichterbij Antwerpen wonen dan bij Amsterdam, gaan hem keihard missen ‘deze burgervader’. Hij was een ‘bruggenbouwer’. Een ‘intellectueel met een straatschoffie attitude’. De man verdient een standbeeld omdat hij tot de laatste dag dat het mogelijk was, in zijn functie bleef. Ik las het allemaal in mijn tijdslijnen. We oordeelden. We deelden. We gaven elkaar traantjes op Facebook.

Hoe waar dat ook is, snappen doe ik het eigenlijk nog steeds niet. Het voelt zo plichtmatig. Zo gedwongen. En daarmee wil ik je helemaal niet afvallen, beste Peter

Het hele emo-circus rond Van der Laan maakt me eigenlijk een beetje verdrietig. Ik zal jullie ook uitleggen waarom. Niet zo heel lang geleden stortte Appie in op een veld in Oostenrijk. Er was geen reden tot rouwen en toch gebeurde hetzelfde. Noem het massaal medeleven, dat iets weg had van rouwen. Social Media-kanalen explodeerden. Iedereen, vriend en vijand, moest iets vinden van Nouri. Waarom? Om die band met elkaar? Omdat Appie uitzonderlijk was? Dat laatste is hoe dan ook waar, als je het mij vraagt.

Het voelt zo plichtmatig. Zo gedwongen.

Wat mij steekt is dat Appie inmiddels weer vergeten lijkt. Hij domineert de kranten niet meer. Als ik de hashtag #staystrong intik, krijg ik mensen gepresenteerd die in ziekenhuizen liggen met gebroken benen. Of zie een opgepompt lijf in de sportschool. Als ik speur op de hashtag #Appie dan schotelt Twitter heel veel berichten over Albert Heijn op mijn scherm.

Dat terwijl ik me oprecht afvraag hoe het met Appie is? Ligt hij roerloos in bed, starend naar het plafond? Eet hij zelfstandig? Beweegt hij? Ligt dat troetelkind van ons onder een wit laken met holle ogen die niets zeggen? Het zijn beelden die vaak in mijn hoofd huizen. Het zijn beelden die ik zijn familie niet gun. En ik vraag me ook echt af hoe druk het in de straat is van de ouders van Appie. Krijgen ze nog steun? Die vraagt houdt mij bezig.

Een #staystrong-lijf op Twitter

Ik weet dat hij nooit meer in Ajax 1 zal staan. Ik weet dat hij nooit meer een vrije trap in de kruising peert. Ik wil slechts weten hoe het met hem gaat. Ik jammer nog steeds om het sportieve verlies van misschien wel ons grootste talent in jaren. Na iedere kut-wedstrijd, en we hebben er wat gespeeld dit seizoen mannen, vraag ik mijzelf af of Nouri de pot had kunnen openbreken. Ik ben geraakt door zijn afwezigheid.

Iedereen is stil. Iedereen zwijgt. It makes me wonder. Hoe gemeend is dat rouwen of meeleven daadwerkelijk? Ik hoop dat 1 procent van de massaliteit in het ‘rouwen’ om Appie nog dagelijks voelbaar is voor hem en zijn familie. Dat de belangstelling destijds niet om ons persoonlijk draaide, maar daadwerkelijk om Appie.

Facebook rouwt morgen massaal om Miley Cyrus of Justin Bieber, als het zover komt. Het kent geen maat, het heeft geen filter. Het is het rouwen om het rouwen. De meeste postst zijn net zo voorspelbaar als de dood zelf.

Collectief een grafzerk plaatsen voor Van der Laan….daar ben ik nog niet klaar voor. Even niet. Hoewel hij het zeker verdiend heeft. Ik ben op dit moment nog te veel bezig met: Hoe is het toch met Appie jongens?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s