Ouwe liefde roest…wel

Ha die Thijs,

Mag ik je prijzen voor jouw poging om uit de vermaarde xG-statistieken enige hoop te putten. Ik gooi het over een andere boeg: die van een persoonlijke vergelijking, vol op de emotie.

Het eerste woord dat ik ooit uit kon spreken was ‘auto’. De liefde voor auto’s is altijd gebleven, al is dat andere vierletterwoord beginnend met een A een nog veel grotere plek in mijn hart gaan innemen. Maar, eerst waren er dus auto’s en pas tien jaar later kwam Ajax. En oude liefde roest niet. Auto’s wel, zeker vroeger. En Italiaanse auto’s al helemaal. Mijn vader racete rond in een FIAT 127 abarth, een gele, precies zo eentje als hieronder op de foto. Wij gingen op zondag niet samen een balletje trappen, maar op de handrem door de bochten van de parkeergarage van onze flat in de Bijlmer. Niet ver van de plek waar ik nu nog steeds mijn zondagmiddagen van adrenaline voorzie.092888630ef3ef65520a325bcd25f4df.jpg

Deze FIAT, mijn vaders trots, werd op een kwade dag gejat en een paar weken later uitgebrand teruggevonden. Gebruikt voor een bankoverval, hoorden we later. De volgende auto was trouwens ook gewoon weer een FIAT 127 abarth. M’n favoriete serie was The Dukes of Hazard, over twee redneck broers en hun politiek zeer incorrecte Dodge Charger, The General Lee. Ook keek ik van oudsher geen Studio Sport maar trouw De Heilige Koe, een soort ultra-low budgetversie van Top Gear. Ik was vijf en kon je alles vertellen over rally’s en over de nieuwste Lancia Delta HF Integrale.

Waarom zit ik te zeveren over Fiat’s en eerste woordjes? Omdat ons geliefde Ajax mij zo vaak aan een auto doet denken. Aan een zeker automerk welteverstaan, namelijk Alfa Romeo. Deze Italiaanse autofabrikant stond ooit bekend als de innoverende fabrikant bij uitstek, gedurfd in ontwerp en uitvoering. De Alfa’s wonnen een tijd lang alles wat je op vier wielen kon winnen, met ene Enzo Ferrari achter het stuur. Inderdaad, de man wiens naam synoniem zou gaan staan voor autoracen. Giulia, Giulietta, de GTV en de Spider: modellen die de echte autoliefhebber meteen een begeisterde blik in de ogen geeft. Echte liefhebbers houden van klassieke Alfa’s. Top Gear presentator Jeremy Clarkson sprak ooit de gevleugelde woorden: je bent geen petrolhead (echte autogek) als je niet ooit een Alfa hebt gehad of hebt willen kopen.

mooiste auto ooit.jpg

Liefdevolle teksten, gestoeld op een illuster verleden. Ergens heeft deze grootmacht de afgelopen decennia echter de boot gemist. En niet zo’n beetje. Alfa’s werden synoniem voor roestbakken, voor net-niet, voor met pech langs de weg… Je ziet inmiddels wellicht waar ik naar toe wil met deze vergelijking?

Alfa Romeo heeft nog steeds ronkende slogans als ‘middelmatigheid is een doodzonde’, ‘alleen schoonheid is voor ons niet genoeg’, de auto waarmee je naar je werk rijdt is een kampioen’, en ‘het is geen auto, het is een Alfa Romeo’. Ondertussen rolt het ene na de andere onbegrijpelijk lelijke, niet goed rijdende model van de lopende band. Alfa is al jaren overgenomen door FIAT/Chrysler en sinds dag één het zorgenkindje van het moederbedrijf.

Onze club is godzijdank niet overgenomen. Maar de grootspraak en arrogante houding gebaseerd op lang vervlogen gloriedagen doet mij al een tijd ergens aan denken. Die lange reeks aan domme beslissingen, waardoor niets klopt aan de uitvoering. De tragiek van een geweldig verleden gecombineerd met zo veel goodwill van liefhebbers, en dan totaal niet presteren. Het komt mij zeer bekend voor.

Zowel voor Ajax als voor Alfa geldt: Er is nooit een streep getrokken onder die prachtige geschiedenis, en er is ook niet op verder gebouwd. Er is alleen maar op lauweren gerust. Bij Ajax zitten de sterren van weleer, de Ferrari’s zogezegd, nu achter bureaus in de Ajax-fabriek. Om zich heen kijkend, nog eens aan hun hoofd krabbend. Wat doen zij daar precies? Behalve bonussen van een kwart miljoen opstrijken. Ze lijken het niet eens naar hun zin te hebben. Dennis Bergkamp die niet meer naar uitwedstrijden gaat. Dan wil je eigenlijk gewoon ontslagen worden, maar heb je de moed niet zelf op te stappen. Innovatie, en daarmee de weg naar succes, begint toch echt aan de top, en ook daar lijken ze te doen waar ik uit armoede ook nog wel eens op terugval: toch maar weer die beelden van weleer in De Meer afspelen. 

Afgelopen seizoen bleken we bij Ajax opeens een Max Verstappen achter het stuur te hebben. Een enorm talent, weliswaar in de vorm van een kale grommende oud-Feyenoorder, maar wat kon ‘ie onze rammelende bak, na een valse start, opeens door de bochten gooien. Eindelijk gingen we weer eens hard. Bijna het hardst. In de kwartfinale werd een Duitse turbodiesel vlak voor de finish ingehaald, in de halve finale werd een Franse rallybak er ternauwernood en op wonderbaarlijke wijze uitgereden. Om op het laatst toch alleen de uitlaat te zien van een Engelse Lotus.

Even hard rammelend als wij, maar met een stuk duurdere onderdelen en met een iets ervarener coureur achter het stuur, bleek deze een heel stuk sneller. Niet lang getreurd, want we zagen eindelijk, ja eindelijk weer waarom we zo veel van onze klasbak houden. Al heel wat jaren is ‘ie onbetrouwbaar. Maar als ‘ie gaat. oh, dan gaat ‘ie. Helaas, onze topcoureur mocht vertrekken, en rijdt inmiddels in de Formule 1 in een prachtige Duitse bolide. Geef hem eens ongelijk.

En wij? Wij staan weer eens met pech langs de weg. Wat gebeurt er als je met een glimmende, duur uitziende auto panne hebt? Dan rijden de mensen gemeen glimlachend langs. Of luid toeterend en wijzend. Want terwijl wij Europees voor pole position leken te gaan werd die oerdegelijke Rotterdamse Opel Astra stationwagon zowaar kampioen vorig jaar. En nu we Max hebben ingeruild voor Jos lijkt die Eindhovense DAF-truck zo vlak na de start al niet meer in te halen.

Bij elke nieuwe Alfa Romeo, en bij elke seizoenstart van Ajax voel je: die mensen hebben geen idee wat ze aan het doen zijn. Dat zou aandoenlijk kunnen zijn, of op z’n minst meelijwekkend. Maar door zo hoog van de toren te blazen roep je de hoon over je af. Als je wiel er op eens vanaf valt in Den Haag. Of je motorblok opeens onder je auto vandaan valt in Noord-Noorwegen.

Ik word nog steeds wild als ik een mooie, perfect onderhouden Alfa-klassieker zie. Dat geldt lang niet voor iedereen, en al helemaal niet voor de nieuwere modellen. Alfa Romeo is voor velen een midlifecrisisbak, een micropeniscompensatiebak of ronduit een sneue patser. Ook van Ajax snap ik steeds beter waarom mensen zo’n hekel aan ‘ons’ hebben. Ook nu is het gevaar terug te grijpen op die magistrale avonden tegen Schalke en Lyon. Maar er moet een heel grote reset-knop worden ingedrukt. Schoon schip, ruimte voor jongere mensen met misschien minder grote namen maar met een plan, een visie, een droom. Johan wist het, maar kreeg het onkruid niet bij de wortels er uit getrokken.

Toch rijdt een Alfa het allerlekkerst, ook de nieuwe lelijke modellen. Ergens zie je, als je heel goed kijkt, nog steeds de gracieuze schoonheid van wat het was en van wat het kan zijn. Niets is zo frustrerend als onbenutte potentie. Ik zie Ziyech, Frenkie de Jong, Donny, Kasper, De Ligt. Ik zie ze ploeteren als een Suzuki Alto hopeloos vastgedraaid in de modder. Ik zie wat het kan zijn maar voorlopig nog niet zal zijn. Ik hoop dat jullie ook blijven kijken en hopen. Want zoals het gaat met een Alfa, je krijgt zo’n bijzondere band met deze unieke auto. Je weet als geen ander waartoe ‘ie in staat is, het wordt zo persoonlijk, ondank al z’n mechanische tekortkomingen. Betere tijden zullen komen, maar zeker niet vanzelf, en zeker niet met deze mensen achter het stuur.

Bugatti-Veyron-Ajax-Forza-Motorsport.jpg

Categorieën: Arco

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s