Gebaren voor Leonie en Appie

Hoe vaak nam Donny het afgelopen jaar de bal op de pantoffel? Er waren een paar net-niet-momenten waarbij we al op de banken stonden. Maar het ontbrak aan dat beetje geluk. Tegen Nice weer zo’n situatie. Of het nu God of Allah was, het leer werd keurig in het net gedirigeerd. Juist nu wél. Juist hij. Het resultaat: zeven vingers, die samen een drie en een vier vormen. Een hartje gevormd door twee handen van de doelpuntenmaker. Een veeg over het hart. Donny scoorde voor zijn maatje Appie en had daar mooie gebaren voor. Kippenvel in de nek.

Wat hebben we een prachtige gebaren voorbij zien komen de afgelopen weken. Nice dat het veld op komt met de tekst Stay Strong Appie. Al die steunbetuigingen, ze zijn inmiddels ontelbaar. De vraag is of we daar nog bij stil moeten staan.  Of de woorden in deze blog wel geschreven moeten worden? Waarom zouden we deze weg nog moeten inslaan beste Thijs, Dion, Arco en Peter? Zullen we weer gewoon van onze club houden? Met heel ons hart? Het orgaan waarin Appie schuilt. Bij ons allemaal.

En toch… ik wil er nog iets over kwijt. Want het is typisch dat we nooit nadenken over het meest belangrijke orgaan in ons lichaam. Het pompt. Het werkt. Het zorgt ervoor dat we functioneren. Zonder dat we er ook maar één milliseconde bewust van zijn. Ik weet niet of jullie wel eens uit bed stappen en hardop roepen: “Zo. Je tikt weer fijn, hartje. Geolied. Soepel. Het wordt weer een mooie dag.” Ik niet. Nooit.

Soms word je pijnlijk bewust dat we zo akelig vergankelijk zijn. Dat je op je rand van het bed ineens kunt instorten als het geoliede verdwijnt. Het kan ook binnen de lijnen van het voetbalveld gebeuren. Zoals we gezien hebben. Leeftijd of fitheid speelt daarin kennelijk geen rol. Je zakt in elkaar. Wordt grauw en grijs. Mensen zien het gebeuren. Kijken in eerste instantie vreemd op. En realiseren zich dan ineens dat het einde kan naderen.

Het kan in Amsterdam-Zuidoost gebeuren. In Helenaveen. In Eindhoven. Het is onomkeerbaar.

Het hart. Ik betitelde het orgaan als de belangrijkste in het lichaam. Ooit las ik in een boek van Giphart een monoloog van een hart. Dat hart dacht na. Was zich bewust van zijn taak. Van het gevecht ook om de titel belangrijkste orgaan in het lichaam. De hersenen zijn de voornaamste concurrent. Want als je daar even over nadenkt dan kun je je afvragen wie nou die hoofdrol vertolkt. Het hart pompt waardoor de hersenen kunnen werken, gevoed door bloed. Die hersenen zorgen er weer voor dat het hart kan pompen. Dus zeg het maar. Wie heeft wie nodig?

Er was een stoornis in dat hart. Dat stopte.

Dat zie je ook in het proces bij Appie. Er was een stoornis in dat hart. Dat stopte. Appie werd in een roes gehouden terwijl de artsen vooral keken naar wat de schade aan de hersenen was. En dan valt de bom. Bij iedere tussenstap in het proces rond Appie valt dat woord. Hersenschade. Door een gebrek aan zuurstof. Omdat de motor haperde.

Onlosmakelijk verbonden zijn ze met elkaar. En zeg nu zelf: hoe lastig is het om ze uit elkaar te trekken. Denk aan de liefde. Luister je naar je hersenen of geef je jouw hart? Maar wat heeft Appie nog aan die gedachte?

Hij stortte in. We waren geschokt en voyeuristisch tegelijkertijd. We keken naar gruwelijke en beangstigende beelden. We waren live bij de paniek die gebeiteld stond in de gezichten van spelers en staf. Handen op hoofden vol ongeloof. Iedere stap waren we erbij. Gewild en ongewild. Nieuwsalert na nieuwsalert. Van intensive keer naar medium care. Er verandert niets voor ons. Nog belangrijker: er verandert niets voor Appie. Toch menen media dat ze iedere stap moeten brengen. Een kras op onze harten. Telkens weer.

Appie, de kleine liefkozende naam voor Abdelhak. Nouri. Hij is een gastje dat we lief hebben. Omdat hij zo schattig is, vinden we. Klein van stuk. Olijk gezicht. Goed gemanierd, respectvol naar iedereen. Onwijs getalenteerd. Dit had zijn seizoen moeten worden. Wrang, dit seizoen zal hij ook bepalen. Op een andere manier dan we gehoopt hadden.

Kijk mee. In onze hoofden die al die beelden terug kunnen brengen, de kracht van onze hersenen. Appie loopt of rent niet. Hij zweeft. Hij hoovert. Met bal. Zonder bal. Het is een feest om naar zijn beweeglijkheid te kijken. Hij heeft een scherp oog. Een speelse voet. Een prima pass. Een straatvoetbalschoffie, een eretitel.  Hij is zo’n typisch Ajax-exponent. Een mannetje dat ooit bewust voor rugnummer 34 koos als verwijzing naar de titel die hij wilde pakken. Iemand die in Amsterdam op zo’n momenten op handen gedragen wordt, omdat hij uiting geeft aan een gezamenlijk verlangen.

Da’s zoals wij er naar kijken.

Je weet wanneer zoiets gebeurt, dat er altijd mafkezen zijn die er op een gruwelijke manier op reageren. Ik heb er gelukkig niet zo heel veel gezien, maar je houdt…. eh… je hart vast. Wetende dat bij sommigen de hersenen bepaald niet het belangrijkste orgaan vormen.

Appie loopt of rent niet. Hij zweeft. Hij hoovert.

Ik heb eigenlijk maar één sneuhaas gezien, die op sociale media vervolgens aan de schandpaal genageld is. Een idioot die het toch weer durfde om de link te leggen met een geloof. En dat we er daarom niet rouwig om moesten zijn. Dat terwijl Appie het in zich heeft om geknuffeld te worden door Wilders.

We hebben onze hersenen laten werken. Ons hart gegeven. 34, Appie wilde die titel en dat rugnummer. Nu tonen mensen mondiaal dat nummer. Op shirts van vijandelijke clubs. Er kwamen tienduizenden steunbetuigingen. Van voetbalfans over de hele wereld. Van spelers. Van mensen die zich normaal vijanden noemen. Er was een Feyenoorder die het aandurfde om een nobelprijswaardig gedicht te schrijven. Met naam en toenaam. Hij deed dat in een metrum en in een stijl die akelig dicht bij de stijl van de dichter des voetbalvaderlands Louis van Gaal kwam. Daarmee was de boodschap niet minder mooi.

Zo jong. Zo onverwacht. De vraag was: is zijn carrière voorbij? Ik vond het een akelige gedachte. We zouden daarmee een ongekend talent verliezen. Maar hoe kijken we daar nu naar? Blijvende hersenschade? Kasplantje? Ajacied Robbie de Wit maakte ons duidelijk dat we moeten blijven geloven in een menswaardig bestaan. Ook hij was afgeschreven, liet hij moedig optekenen.

Wat is de waarde van Appie’s leven nog? Wat kan hij straks nog? Wat niet? Aan voetballen binnen Ajax 1 hoeven we niet meer te denken. Mijn hart en hersenen komen op dat vlak niet bij elkaar. Bij wel meer mensen niet, toch Peter? Hij stond niet op het wedstrijdformulier voor het treffen met Nice. Massaal jammerden we daarover op de bekende sociale media-kanalen voor het duel.

Veltman toonde zich een aanvoerder. Hij wilde de winst pakken. Voor Appie. Angst, verdriet en onmacht omzetten in een killersmentaliteit. Mijn idee. Dit seizoen vreten we iedereen op. Voor Appie. Maar werkt het zo? Bij Donny lag dat anders, zei hij voor de wedstrijd. Donny wilde er niet meer over praten. Omdat het te veel pijn doet. Dan de tweede helft. De pantoffel. De goal. Donny sprak maar op één manier: met een wonderschone goal. Met in de seconden daarna de gebaren voor zijn maatje.

Het hart van Appie is niet het enige dat me beziggehouden heeft. Een lieve, goede vriendin overkwam enkele weken geleden hetzelfde. Sportvrouw. 37 jaar oud. Twee prachtige koters. Geweldige man naast zich. Ze ging hardlopen. Zoals wel vaker. Een kort rondje. Even bewegen. Man zette koffie. Pakte intussen al een borrel, maar zij bleef weg. Terwijl ik die regels intik krijg ik het koud. Wetend hoe het afliep. Dat hij ineens onrustig werd en een politieauto voor de deur zag stoppen.

Ze stond die dag niet op met de gedachte: wat loopt mijn hart stroef. Toch gebeurde het. In tegenstelling tot Appie was Leonie alleen. Ook zij zakte in elkaar. Er klopte niets meer. Een tijdje. Ze werd gered door een gepensioneerde politieagent die heel toevallig passeerde. De dagen daarna verliepen zoals die bij Appie. In slaap houden. Wakker worden. Toeters, bellen aan je lichaam.

Leonie is krachtig, sterk, moedig en is positief over de toekomst. Ze klimt vastberaden over de wegversperring heen. Ontzagwekkend sterk.

En Appie…? Kan hij over die wegversperring heen? Bij hem duurt het nu al aanzienlijk langer. En die vraag raakt me zo hard. Alle kaartjes en alle spandoeken ten spijt. Al die steunbetuigingen. De ontroerende beelden van zijn vader. De goal van Donny. Stay Strong. Of beter: wake up, Appie. Niet voor ons. Voor jou. Machtig mooi mannetje. Wake up.

En Appie…? Kan hij over die wegversperring heen?

Ik heb geen gedicht geschreven. Niet voor Leonie, evenmin voor Appie. Ik ben geen dichter. Ik heb ook geen kaartjes gestuurd. Er was een bezoekje (aan Leonie) en vooral veel schietgebedjes (voor beiden). Ook nu nog.

Wat ik wel doe: ik heb wel besloten om een reanimatiecursus te volgen. Achter die gedachte zit ook een metrum, een ritme. Het ritme van een hart. Dat is waar ik het voor doe. Ik wil dat ritme terugbrengen wanneer dat moet. Ik vind het fijn om te beseffen dat ik met die cursus iemand als Leonie kan redden. Of Appie. Tenminste, dat hoop ik dan. Dit is mijn gebaar. Mijn zeven vingers. Een drie en een vier. Lang niet zo mooi als de goal van Donny. Maar ik wil dat kunnen, die mooie mensen redden. Omdat zowel Leonie als Appie deze wereld verrijkt.  Ik zal het doen zonder na te denken. Zonder het gebruik van mijn hersenen. Maar recht uit mijn kwetsbare hart. In de hoop dat.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s