Applausje voor Siem graag

Je zult maar Siem de Jong heten. En weten dat je de familie die je in de steek gelaten hebt onder ogen moet komen. Komt bij dat je in jouw nieuwe schoonfamilie niet lekker ligt. Je hoort het boe-geroep zo nu en dan trillen in jouw trommelvliezen. Hoe werk je dan toe naar die ongemakkelijke ontmoeting in het huis van jouw ouders? Ajax versus PSV, hij zal er niet naar uitkijken, vermoed ik.

Ik probeer me het voor te stellen. Hoe hij in zijn bed ligt. Woelt. Draait. In zijn dromen krijgt hij de bal op de elf aangespeeld. Je ziet de kleuren om je heen die je groot gemaakt hebben. Je hebt de bal op de voet. De wedstrijd ligt open. De beslissing van de pot kleeft aan de binnenkant van jouw wreef. Wat doe je dan?

De Arena houdt de adem in. Het enige dat hij zal horen, is de suis van zijn hartslag in zijn oren. Het geluid van ploffend leer, de bolling van het net. De stilte die daarop volgt in een overvol stadion. Het scanderen van de naam ‘Boeruh’.

Ik geef toe, het is wellicht niet zijn droom. Wél die van mij. Of beter: mijn nachtmerrie. Het mogelijke scenario dat hier geschetst wordt, houdt mij al dagen bezig. Tot afgelopen weekend hadden we wat marge op PSV, de ploeg die je nooit mag afschrijven. Het was een veilig gaatje, zo leek het. Want al spelen de Boeren nog zo slecht, al heeft iedereen het altijd over een crisis, PSV moet je in de gaten houden (alsof onze laatste twee wedstrijden zo lekker gingen). Bovendien: het zijn net Duitsers. Pas als je in de kleedkamer zit met een schaal in handen, dan weet je dat je kampioen bent. En dat PSV is uitgevoetbald.

Wellicht is de stelling te overdreven, maar de afloop van vorig seizoen zit nog te diep in me. De wond is nog niet dicht. De korst te vers om het bloeden te stoppen. Waardoor het realiteitsbesef wellicht vertroebeld is. Maak ik van PSV een grotere angstgegner dan het zou moeten zijn?

8 mei 2016 was een gruwelijke dag.

Het kampioenschap was vooraf eigenlijk in de pocket na een nuttige en fijne overwinning in het hol van de leeuw: 0-2 winnen in Eindhoven. Heerlijk was dat. Dion en ik beleefden een gezellig middagje op de Wallen bij Cor en Ron. De zaak leek beslist.

We pakten vervolgens de tegenstanders in de lastige potjes die volgden. Ok, er was een billenknijper tegen Utrecht (2-2). Maar niemand had verwacht, toen we nog één wedstrijd te spelen hadden tegen het lelijke eendje dat de Graafschap heette, dat het mis kon gaan. De titel was voor ons. Dat dachten ze in Eindhoven ook. Dat weet ik. Dat zeiden ze, de Eindhovenaren.

Dat is de pijn. Dat is de wond met flinterdunne korst.

Als ik mijn ogen sluit, voel ik nog de wanhoop van die laatste minuten op 8 mei. De woede. Het onbegrip. De agressie bij de wissels. Wat een afknapper. Het kolkende bloed. Het ongeloof. De onrust en uiteindelijk het verdriet. Binnen luttele seconden wordt een seizoen vergald door het wisselbeleid van Frank de Boer. Dat is de pijn. Dat is de wond met flinterdunne korst.

We gaan inmiddels de gefingeerde titel winterkampioen uitdelen. Feyenoord lijkt nu de te kloppen ploeg, maar we mogen PSV nooit vergeten, zegt mijn instinct. Ik zei het al: de marge is heel dun. Drie punten. Dat terwijl we ons zaterdag, kijkend naar wat er in Eindhoven stond te gebeuren, onuitgesproken alweer rijk zaten te rekenen. Opnieuw duurde het heel lang voordat de voormalige doelpuntenmachine PSV een goal maakte. Die kwam er uiteindelijk wel. Was getekend: Siem de Jong. Op z’n Siem’s. In de zestien. Neusje voor de juiste plek. Niet twijfelen, intikken. Een handeling, een beweging, waarmee hij Eindhoven de energie inblies die het nodig had. Vol zelfvertrouwen zullen ze er staan, wetende dat ze in de Arena weer op gelijke hoogte kunnen komen. Qua punten.

Wat heeft-ie gedaan, Siem? Ons verraden. Dat is wat er in mijn hoofd zit.

God, wat heb ik gevloekt toen ik hoorde dat hij naar PSV ging. Weet je, het is nooit zo ver gekomen dat ik een kind op deze wereld kon zetten, maar ik weet zeker dat ik hard gevochten zou hebben om de naam Siem op het bijbehorende geboortekaartje te krijgen. Omdat ik van de man houd. Omdat hij van onze club houdt. Omdat hij altijd alles gegeven heeft. Een top prof. Een mooi Amsterdams bekkie zonder Amsterdammer te zijn. Hij is van ons.

basis_elftal_ajax_14sep2011

In het boek van Auke Kok wordt Siem op een mooie manier geportretteerd. Hij is een van de weinige personen die je als Godenzoon kunt betitelen in een boek dat het toenmalige, succesvolle Ajax zijn glans laat verliezen. Kok trok langdurig met de selectie op. Schetst een akelig beeld van wanorde, onbegrip en vooral veel miscommunicatie binnen de selectie van Frank de Boer. Met een hoofdrol voor de onzekere, bibberende en kinderachtige Boerrigter bijvoorbeeld. Ook Siem blinkt uit. In positieve zin. Een nuchtere, hardwerkende aanvoerder. Realist zonder kapsones. Iemand die zonder te mokken tussen lallende zakenmannetjes gaat staan na een wedstrijd. ‘Selfie?’, lispelt het dronken zakenpak. Tuurlijk, een selfie. Siem wist dat dat moest. Omdat het hoort bij zijn rol, als boegbeeld van de club. Niet klagen, doen. Dat was Siem.

Want zelfs mijn vriendin snapt mijn sentiment in relatie tot de sport

Die Siem koos ervoor om naar zijn broer te gaan. Naar onze concurrent. Een beslissing die ik niet kon begrijpen. Een beslissing die hem ook bezig heeft moeten houden, toch? Want zelfs mijn vriendin snapt mijn sentiment in relatie tot de sport. Zij weet dat de naam Siem nooit op een kaartje zal komen. Woest was ik. En jullie weten wat er gebeurt als ik woest ben. Dan ploffen er eerst een paar stoppen in mijn hoofd. Dan gaat het volume op standje hardst. Vervolgens komen er onwijs, onredelijke dingen uit, waar ik later weer spijt van heb. Dan wint de emotie het van de ratio. N.S.B. Die drie letters koppelde ik aan Siem.

F*cker. Dat is wat ik dacht toen ik zag dat hij afgelopen zaterdag PSV op sleeptouw nam. Ze hebben Siem. En Siem is goed, dat weten we. Daar zit de pijn. Waarom PSV? Waarom niet terug naar huis komen? De vraag is of hij nodig was, maar dan nog: waarom uitgerekend PSV? Ik snap dat Newcastle geen goede optie was op dat moment. Ik snap ook dat hij wedstrijden wilde spelen na een blessure. Maar waarom PSV?

Ik kan je zeggen dat ze in Eindhoven ook niet meteen op de banken stonden. Een Jood in Eindhoven? En dan nog wel een Ajacied met de meest arrogante kop, zo oordeelden ze. Natuurlijk, hij was zeer zeker niet de eerste Amsterdammer met een dergelijke carrière-switch. Waarbij Patje voor ons misschien wel de pijnlijkste was. Maar Siem? Die viel niet echt lekker in Eindhoven.

kluivert7sep2006

De PSV-directie maakte er een mooie marketingstunt van. De broertjes De Jong als doelpuntenmachine. Twee blonde jongens die er een voetbalshow van maken. Toen die show uitbleef, klonk het gemor. De argwaan nam weer toe. Het boe-geroep in de trommelvliezen van Siem.

En daar staat hij. Op de elf. In mijn nachtmerrie. Dus zijn we nu terug op de plek waar dit verhaal begon. Met als brandende vraag: wat gaan we doen mensen? Hoe gaan we met hem om in de Arena?

In augustus 2014 kreeg hij van ons een warm afscheid. Met vuurwerk. Met een AFCA-vestje. Met lovende woorden. 244 wedstrijden speelde hij voor ons. 78 goals. Loftuitingen, tranen, het hele circus was opgezet. ‘Dag Siem. Je verdient die transfer. We zien je graag terug. Hier in de Arena.’

Hoe cynisch. We weten met z’n allen tegen wie we speelden bij het afscheid van Siem. Precies, PSV. Geen van ons had toen kunnen bevroeden dat hij zo snel zou terugkeren. En nog in een PSV-shirt ook. Hoe wrang. Niemand had dit belachelijke scenario destijds durven schetsen.

Daarom voor de tweede keer de vraag: wat gaan we doen mensen?

Ik vrees het ergste. Hangen we hem op in de Arena? Zal er een pop bungelen? Trakteren we hem op een oorverdovend fluitsignaal bij ieder balcontact? God, wellicht gooien we wel vuurwerk naar hem. Als wraak. Het zijn opties. Reële opties vrees ik zelfs.

Maar het lijkt me niet nodig, zeg ik nu zonder de adrenaline van een wedstrijd in mijn lichaam. Nu de ratio nog kan overwinnen, doe ik een klemmend beroep op iedereen in de Arena om in gedachten terug te gaan naar die bijzondere zondag in mei 2011. De dag waarop we na jaren van ongekende droogte ons weer mochten laven aan champagne. De dag waarop alles klopte en we in eigen huis kampioen werden in de allesbeslissende match tegen FC Twente. Wie scoorde er toen de eerste goal? Wie liep er in een moeilijke tweede helft heerlijk door op een steekpassje van Eriksen om met een prachtig stiftje af te ronden? Wie zette deze magnifieke 3-1 op de borden en brulde de longen uit zijn lijf, wetende dat hij een seizoen keihard geknokt had? Juist. Onze Siem.

Nee, zijn naam komt niet op een geboortekaartje. Nee, ik begrijp zijn keuze ook niet. Maar ik ben hem wél voor eeuwig dankbaar voor die twee goals in 2011. Net zoals ik Patrick Kluivert dankbaar ben voor die ene goal tegen AC Milan. En ik weet zeker dat Siem niet zal juichen als hij die geschetste bal op de elf meter zondag ontvangt. Net zoals Kluivert destijds geen feestje vierde toen hij tegen Ajax scoorde.

Applaudisseer voor Siem zondag. Agree to disagree. Laten we sportief wraak nemen. Laten we bewijzen dat hij de verkeerde keuze heeft gemaakt. Dat hij bij ons wél gewaardeerd wordt. Een lastige houding in zo’n wedstrijd, dat weet ik als geen ander. Maar dan ga ik nog één keer naar die middag in mei in 2011. Toen wonnen we een titel op basis van strijdlust. Op het veld en op de tribunes. Wij. Wij samen. Wij zijn Ajax. Wie denkt dan nog aan die dag in mei, vorig jaar? Precies. Applaudisseer.


Altijd als eerste op de hoogte van nieuwe verhalen?
Volg ons dan op Twitter of like onze Facebookpagina.

5 gedachtes over “Applausje voor Siem graag

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s