Het kerstcadeau van Johan Cruijff

De beroemdste penalty uit de Ajax-geschiedenis vierde deze week zijn 34ste verjaardag. Cruijff, Olsen, Cruijff, goal! Om dit juweel op gepaste wijze te herdenken, besloot scheidsrechter Gözübüyük Ajax zondag twee strafschoppen cadeau te doen. Hakim Ziyech was deze keer de nemer. Zou hij aan zijn voorgangers hebben gedacht? Vanuit zijn linkerooghoek even hebben gekeken, hopend op een teamgenoot met historisch besef? De Vlo dartelt allang niet meer over de Amsterdamse velden maar in de persoon van Amin Younes had een iets plomper insect plotseling kunnen opduiken in de zestien. De Kever. Hoe dan ook, er dook niemand op. De eerste keer niet en de tweede keer evenmin. Ziyech nam een aanloop en roste de bal hard richting het midden van het doel. Daar stond een keeper.

December 1982 dus. Alles aan dit filmpje is even mooi. De aankondiging van de gedistingeerde presentator. Het commentaar van Hugo Walker, die doodgemoedereerd de namen van de betrokkenen uitspreekt, alsof hij naar een schouderduw op het middenveld kijkt in plaats van een moment van zeldzame brille op elf meter van het doel (‘Daar had ik toch wel wat enthousiaster op kunnen reageren’, zei hij daar veel later over). En de reactie van de meester zelf, die de mensen een cadeautje wilde geven met de feestdagen op komst.

Er is niet op geoefend, zegt hij ook nog. Of dat waar is of niet, Cruijff kon het er in ieder geval uit laten zien alsof er niet op geoefend was. Als iets totaal vanzelfsprekends. Waarom een bal van elf meter op goal schieten als het ook van vier meter kan? Logisch. Ik heb het fragment deze week keer op keer teruggekeken. Cruijff buigt zich over de bal, acteert dat hij die goed legt en geeft dan het eerste tikje. Kijkt hij even? Ik denk het niet. Een paar seconden eerder heeft hij al oogcontact gezocht. Hij weet dat Olsen komt. Een woordloze code. Als er niet op geoefend is, dan is er op zijn minst uitvoerig over gesproken. Maar dat zeg je natuurlijk niet na afloop. Dit was een geintje, een presentje voor de mensen, iets waarvan Cruijff ‘alleen wist dat het mogelijk was’.

Ik mis hem, mannen.

De gratie van het een-tweetje tussen Cruijff en Olsen maakt het moeilijker om te kijken naar die van Ziyech. Alleen die malle aanloop al, vol haperingen. Als kunstschaatsers op noppen bewegen topvoetballers zich tegenwoordig richting stip, onderweg een kuur vol onbegrijpelijke figuren afwerkend. Het motief is de vijandelijke doelman een beweging te ontlokken om het leer vervolgens rustig richting andere hoek te schuiven. Prima. Als de keeper blijft staan, moet er alleen wel een plan B zijn. Een vaste hoek. Dat vergat Ziyech. Hij keek, keek nog eens, zag de bewegingsloze reus in het doel en ramde de bal recht op hem af. Dan kan-ie ‘m krijgen ook, moet hij hebben gedacht.

De penalty blijft een schitterend, bijna mystiek onderdeel van het voetbalspel. De psychologie achter de strafschop intrigeert me. Het tempo waarmee ploegen tegenwoordig spelen, zeker in de Europese top, is moordend. De penalty biedt een zeldzaam moment van rust in alle hectiek. Een ogenblik waarop speler en keeper kunnen nadenken, instincten niet meer volstaan. Het hoofd speelt een rol en het hoofd moet daarop berekend zijn.

Ziyech is wat dat betreft een mooi voorbeeld. Een prachtige speler met een sublieme trap, en toch gaat het mis vanaf elf meter. Bij een penalty komt namelijk meer kijken. Het is niet altijd de speler met de beste trap die ‘m moet nemen. Een strakke, vaste trap is wel belangrijk. Zie Ronald Koeman. Vaak zijn spitsen de aangewezen persoon. Vanzelfsprekend. Aanvallers  leven voor doelpunten en komen toch al veel voor de goal. Ze zijn gewend om van dichtbij af te werken. Klaas-Jan Huntelaar vond ik lang een op het oog perfecte nemer. Koelbloedig, rust in het hoofd, de trap dik in orde. Lang nam hij ze ook goed, totdat het Duitsland helemaal misging en hij zelfs een strafschopverbod aan de broek kreeg. Luuk de Jong overkwam dit jaar iets vergelijkbaars. Kasper Dolberg zou bij Ajax dus een optie kunnen zijn, maar zekerheid is er niet.

We waren obsessief bezig met de penalty, er werden studies naar verricht en proefschriften geschreven.

Matthew Le Tissier en Denny Landzaat waren slimme, technische middenvelders die nooit misten. Daar komt Lasse Schöne het dichtst in de buurt. Linksback Ian Harte benutte jarenlang de strafschoppen voor het succesvolle Leeds United begin deze eeuw. Daley Sinkgraven? Soms zijn het spelers van wie je het helemaal niet verwacht. Kennen jullie André Bergdølmo nog? Stoïcijnse Noor in het hart van de defensie. Nooit schoot hij op doel, maar voor een penalty stak hij als een veldheer het gras over, de ogen verstopt onder bogen van vaseline. Een verder onzichtbare, stille kracht met de strafschop als specialisme. Eigenlijk is dat is het mooiste. Misschien moeten we Nick Viergever eens polsen.

In mijn tienerjaren liepen we met zijn allen een nationaal penaltytrauma op. Nederlanders en strafschoppen, het wilde maar niet lukken. In eerste instantie viel nog wel eens het woord loterij, bij weer een penaltyserie. Niet op trainen, vond een deel van de kenners. Onzin, volgens het andere deel. Naarmate de jaren verstreken en we meer cruciale strafschoppen misten (het werd een tweejaarlijks Oranje-ritueel), werd de eerste groep kleiner. We waren obsessief bezig met de penalty, er werden studies naar verricht en proefschriften geschreven. Wetenschap als houvast in tijden van trauma. Wie het woord loterij nog in de mond nam werd verketterd. (Overigens viel het bij Ajax nog wel mee in de jaren negentig. We verloren weliswaar een Champions League-finale door penalty’s, maar ze leverden ons een wereldbeker op. De beslissende strafschop van Danny Blind en het kuchje dat eraan voorafging behoren tot het cultureel erfgoed van onze club.)

Ik geloof niet dat penalty’s een loterij zijn. Maar wetenschap is het ook niet. Juist dat ongrijpbare, de samenwerking tussen lichaam en geest, maakt het zo’n interessant fenomeen. We beschouwen de strafschop meestal vanuit de nemer. Daarom is het goed om ook nog even naar de rol van de keeper te kijken. De underdog, want als een penalty perfect wordt ingeschoten is-ie onhoudbaar. Als je als keeper blind een hoek in vliegt, maak je er voor jezelf wel een loterij van. Je bent overgeleverd aan de plannen van de schutter. Daarom moet de keeper meer doen. De nemer tot twijfel dwingen, door lang te blijven staan of een beweging te maken naar diens favoriete hoek. Kenneth Vermeer slaagde daar in zijn laatste twee jaar Ajax uitstekend in. Zeven penalty’s op rij belandden niet in het doel: gestopt of gemist. Jasper Cillessen deed het wat minder.

Het is goed voor Ajax dat André Onana begin dit seizoen de eerste penalty die hij tegen kreeg meteen stopte. Het nemen van strafschoppen gaat los van die tweede van Ziyech redelijk, we maken er een stuk meer dan we er missen. Het is de vraag wie de rest van het seizoen de vaste nemer is. Ziyech, Klaassen, Schöne? Of toch Nick Viergever? Wie het ook wordt, het zou mooi zijn als diegene deze maand nog eens mag aanleggen en dan denkt aan Johan Cruijff. Maak er iets bijzonders van, als ode aan de meester en cadeautje voor de fans. Ajax verdient dat.


Altijd als eerste op de hoogte van nieuwe verhalen?
Volg ons dan op Twitter of like onze Facebookpagina.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s