De week van de gelijke spelen

De drie Ajacieden die uit de taxi stappen, krijgen stuk voor stuk een staande ovatie. Het Plaza de la Constitución is Amsterdams bezit. De nieuwkomers buigen en steken een arm op, als een toegejuichte vedette in eigen stadion. Even eerder zijn twee mooie Spaanse vrouwen met een hondje voorbijgekomen. Voor de vierde keer. Steeds krijgen ze van honderden enthousiaste fans te horen dat er een piemel in moet. De twee giechelen wat. Als je de tekst niet verstaat is al die mannelijke aandacht best leuk.

Roy, ik las je schitterende betoog over de klassieker – nee, Klassieker – in A Guarda, het meest zuidelijke kuststadje in Galicië, op steenworp afstand van Portugal. Het was de ochtend na het duel Celta de Vigo-Ajax, dat ik met mijn vader in Estadio Balaídos zag. Na die wedstrijd, in het centrum van Vigo, ging het over niks anders dan de Klassieker. Vooraf eigenlijk ook al niet. ‘Liever een gelijkspel tegen Celta en winnen van Feyenoord, of andersom?’, vroeg iemand. Er was niemand die liever in Spanje won, ondanks alle gereisde kilometers.

Het werden uiteindelijk dus twee gelijke spelen. En eerlijk is eerlijk, daar moeten we vrede mee hebben. De Klassieker verdiende die hoofdletter door de spanning, niet door het goede spel van Ajax. En toch: wat waren we dicht bij drie punten! Als we iets scherper waren geweest had de 0-1 (Koning Dolberg, alles is er al over gezegd) uitgebouwd kunnen worden. Het scenario van PSV-uit vorig seizoen. Toen maakte El Ghazi de 0-2, nu viel hij slecht in. Ik moet bekennen, de late goal van Kuijt zorgde een minuut of vijf voor een kater. Daarna overheerste tevredenheid. In een wedstrijdverslag werd Feyenoord de morele winnaar genoemd, maar die mening deel ik zeker niet. Natuurlijk, ze konden opgelucht ademhalen na de gelijkmaker en ze waren in de eerste helft de betere ploeg. Maar wat hadden ze graag gewonnen. Het vertrouwen klotste in aanloop naar de clash over de randen van De Kuip. En toen het moest gebeuren, in eigen huis, in de beste vorm van de laatste vijftien jaar, lukte het toch weer niet. Het gat vijf punten, geen acht.

Die Rotterdamse ineenstorting is de laatste vijftien jaar net zo’n zekerheid als je belastingaanslag. Alleen een stuk beter te pruimen.

Misschien vertrouw ik te veel op de geschiedenis, maar ik heb het gevoel dat het nog wel goed komt. Dat hoe de ranglijst er ook uitziet, onze voornaamste concurrent uit Eindhoven komt en niet uit Rotterdam. Dat Feyenoord wel weer een dipje krijgt, een terugslag van een wedstrijd of vijf, zes, zeven. De voortekenen zijn er nog niet, dat moet ik toegeven. En toch: die Rotterdamse ineenstorting is de laatste vijftien jaar net zo’n zekerheid als je belastingaanslag. Alleen een stuk beter te pruimen.

vigo1

Een Afrikaan komt langs met koopwaar. Niet meer de standaard zonnebrillen en hoedjes die ik me herinner van lang vervlogen strandvakanties. Deze man heeft een figuur van hout – het moet een dier voorstellen – dat met een klein tikje tegen de bovenkant verandert in een mandje. Het is het type prul dat Maxim Hartman in zijn programma direct zou aanwijzen als schoolvoorbeeld van een schrijnend gebrek aan mannelijk gezag in het huishouden. ‘Hé Finidi’, roepen twee Ajacieden die de verkoper aan hun terrastafel krijgen. ‘Wat doe jij hier?’

In 1990 ging ik voor het eerst met mijn vader naar het voetbal. VVV speelde tegen FC Eindhoven: 1-0. Ondanks de slechte wedstrijd smaakte dat naar mee. Een jaar of vijf ging ik elke thuiswedstrijd mee naar De Koel. We zaten op de perstribune, mijn vader deed verslag voor de ziekenomroep. Daarna kwam Ajax. Tien jaar na die allereerste wedstrijd in eigen stad namen we een seizoenkaart in Amsterdam. Co Adriaanse was net trainer. In de Arena zagen we het ontluikende talent van Zlatan en Van der Vaart, de totstandkoming van kampioenschap 28 en 29 en de zegetocht van de Koeman Kids in de Champions League. Tot een uitwedstrijd in Europa kwam het nog niet. Tot vorige week, toen we iets na de middag Vigo binnenreden. Zonnetje, graad of twintig, niks te klagen.

De Spaanse voetbalbeleving is over het algemeen relax, ook in Galicië. Ten noordoosten van Estadio Balaídos ligt een grote rotonde met op elke hoek een café. Anderhalf uur voor de aftrap was die ingenomen door fans van Celta de Vigo en plukjes Ajax-supporters. We kwamen van het Amsterdamse pleintje in het centrum van Vigo en dronken buiten een laatste biertje, terwijl de tafels binnen werden gevuld met verse tapas. Daarna konden we in alle rust het stadion in. Het uitvak van Celta is niet het meest handige vak. Het ligt laag achter de goal, waardoor je geen overzicht hebt. Het eerste half uur keken we in de zon en reclameborden belemmerden het zicht op de bal zodra die dicht bij het doel kwam. De 0-1 van Ziyech zagen we dus niet over de doellijn gaan. Pas toen het net bewoog en de Ajacied juichte, deden wij dat ook. De blijdschap was er niet minder om.

De tweede Ajax-goal, die van Younes, zagen we beter. Datzelfde gold helaas voor de Spaanse 2-2, die net voor onze neus pijnlijk nauwkeurig de bovenhoek in draaide. Jammer, maar ook hier was ik tevreden. Zeven uit drie is prima, met nog twee thuiswedstrijden voor de boeg. Win je een van die twee duels ben je zo goed als zeker van overwintering. Na afloop pakten we de taxi terug naar het Amsterdamse deel van Vigo, daar waar geen Celta-fan zich liet zien.

Een klein mannetje, zonder tanden maar met zonnebril en spuuglelijk Cristiano Ronaldo-fanshirt, ontpopt zich tot attractie op het plein. Gepassioneerd schreeuwt hij de naam van zijn idool, alsof hij een god oproept. De Ajacieden reageren door luidkeels de naam van die andere god te scanderen: Messi, Messi Messi. Soms wordt op het terras vocaal de spanning opgebouwd, zoals in het stadion voor een vrije trap op een kansrijke positie. Bij de climax geeft het mannetje zijn beste Cristiano-imitatie.

Inmiddels hebben we ook Kozakken Boys gehad. Wat is dat bekertoernooi tot nu toe fijn hè! De laatste jaren was het vaak niet om aan te zien: ongemotiveerde spelers die weinig deden om te verbergen dat ze de beker toch echt een stuk minder belangrijk vinden dan de eredivisie. Hoe anders is dat nu. De jonge, frivole ploeg die mag aantreden in de beker is het ultieme medicijn tegen chagrijn. Er wordt plezier gemaakt, de bal gaat lekker rond, het lijkt soms wel een pleintje. De tegenstander mag dan een amateurclub zijn, de klasse van jongens als Nouri, Van de Beek en Frenkie de Jong is onmiskenbaar. De vorige bekerronde – tegen Willem II – was een kantelpunt. Die wedstrijd verdiende Ziyech zijn plek op het middenveld, net als Schöne, en zagen we Sinkgraven voor het eerst als linksback. Sindsdien spelen we stukken beter. Ik ben benieuwd of ook deze bekerwedstrijd consequenties heeft.

Wat een leuk ventje. Spontaan, bescheiden. Alles wat Gudelj niet is.

Nouri zit vanavond in ieder geval bij de selectie. Het grootste talent van dit moment. Wat een overzicht en wat een techniek. En: wat een leuk ventje. Spontaan, bescheiden. Alles wat Gudelj niet is. Toch, Dion? Met of zonder Nouri, Gudelj is overbodig. Ik hoop dat er in de winterstop een mooie club voor hem komt. Hij hoeft niet duur te zijn, als we het aankoopbedrag terugkrijgen is dat prima. Van de andere spelers die dit seizoen een stapje terug hebben moeten doen hoop ik wel dat ze blijven. Dat ze de strijd aangaan en sterker terugkomen. Tete, Riedewald, Bazoer en ook El Ghazi, die door Peter Bosz uit de selectie is gezet. Afgaande op zijn interviews lijkt het me een goede jongen. Geen type El Hamdaoui. Dat hij teleurgesteld is, dat valt te begrijpen. Alleen moet de reactie correct zijn. Wat zou hij hebben gedaan? Hebben gezegd? Kan een van jullie dat eens uitpluizen? Alvast dank!

vigo3

Het is al laat. Een supporter vertelt over de Europese reisjes van de laatste jaren. Tijdens de passages die volgens hem extra aandacht verdienen komt hij met zijn hoofd op zo’n vijf centimeter van het mijne. Daar waar het ongemakkelijk wordt, en dan nog een stukje verder. Timisoara, zo verzekert hij ons, was de mooiste trip. Dat zat zo: het bier in Roemenië was spotgoedkoop en tijdens de wedstrijd was het hele uitvak zo zat dat niemand de volgende dag nog wist dat Suarez twee penalty’s had gemist. Tien minuten later weet hij niet meer dat hij het verhaal heeft verteld en krijgen we het nogmaals te horen. Ook hier is het bier niet duur. Als het woord Timisoara voor de derde keer valt, grijp ik in. ‘Was dat niet die wedstrijd waarin Suarez twee penalty’s miste?’ Hij kijkt verrast.

Een gedachte over “De week van de gelijke spelen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s