De Klassieker: “Het zijn maar…..”

Mannen,

Ik geef toe. Ik ben niet heel erg trots op de gekozen foto. Maar het is een must. Dat zal iedereen begrijpen. Feyenoord wacht. In De Kuip. We moeten winnen. Dat weten we met z’n allen. Dus als Jantje Vertonghen in zijn beste dagen wil ik de zaak even op scherp zetten. Uit volle borst zingen: “Het zijn maar…..”


Ik ben niet van de rellen. Ik durf mijzelf ook best –op een paar incidenten na- een vredelievende Ajacied te noemen. Ik weet ook niet of ík het zaakje per se op scherp hoef te zetten. Dat doen anderen voor me. En nog beter ook. Want op twee trainingscomplexen zal het vuurwerk knallen. In Rotterdam en Amsterdam. Dikke rookgordijnen sluieren over de velden tijdens de laatste training. Bassende mannenstemmen vol hoop, gif en vuur als doping voor elf mannetjes op het veld. Taferelen die inmiddels bij De Klassieker horen. En eindelijk hebben we weer een volwaardige Klassieker. Daarom toch maar een blogje voor ons wij-gevoel. We MOETEN.

Al weken zie ik op mijn tijdlijn op Facebook een kennis een foto plaatsen van de ranglijst op Teletekst. Het spreekt voor zich. Het is een Rotterdammer die zich op de Coolsingel waant, hoewel ik tegelijkertijd moet toegeven dat deze vrouw heel realistisch is. Ze voegt er telkens aan toe dat het zo weer afgelopen kan zijn. Toch fungeert het als een rode lap.

14731348_1118788201490446_2317555285917305772_n

Het feit is, Rotterdam blaakt van het zelfvertrouwen. En terecht. Niet noodzakelijk op basis van het spel, vind ik. Want ik denk dat Ajax de laatste weken frisser oogt. Creatiever. Frivoler. Weet je wat het wel is: Feyenoord heeft een team. Een elftal dat moeilijk te kloppen lijkt. Vooral goed dichtgemetseld achterin, met maar drie tegengoals in negen ongeslagen wedstrijden.

Neem afgelopen zondag. Met plezier keek ik om de vijf minuten op mijn mobiele telefoon. Het bekende rijk rekenen vanwege een achterstand van de Rotterdammers. Het ongepast gniffelen dat daarbij hoort. Om teleurgesteld te constateren dat zo’n wedstrijd in de slotfase gewoon binnen geharkt wordt. Echt harken. Maar dat doet er niet toe. Ze sprokkelen de maximale punten binnen. NEC uit. Dat zijn de wedstrijden waar de competitie beslist wordt. Het soort slippertjes waar wij patent op hebben. Dat doet dít Feyenoord niet.

Of neem de pot tegen PSV. Die winnen ze gewoon. Verdiend of niet. Drie volle punten in het hol van de Boerûh. Dat is gewoon knap. En veelzeggend. Dus als we zekerheid willen: dan kunnen we niet anders dan zes punten pakken in de onderlinge confrontaties. Dat onderstreept mijn stelling. De Klassieker heeft eindelijk weer waarde. Het is geen routineus potje. Dat is even wennen.

Onze Kasper was twee jaar oud toen Feyenoord de laatste titel won

De grap is al een keer gemaakt. Sommige Ajaxspelers, maar ook de jochies in de vakken met capuchons over hun hoofden, moeten we uitleggen wat de Klassieker écht betekent: een wedstrijd tussen grootheden, historische clubs, die strijden om de titel. Dat is al een tijdje geleden. Onze Kasper was twee jaar oud toen Feyenoord het laatste kampioenschap vierde. Of die titel het nietige Silkeborg in Oost-Jutland ooit heeft bereikt, is nog maar de vraag. Wat ik bedoel: de klassieker is altijd de klassieker gebleven. Op papier. Nu is het weer een echte Klassieker. Vanwege de stand op de ranglijst. Een pot voetbal die gespeeld dient te worden met het mes tussen de tanden, met als inzet de seizoenshoofdprijs.

Ik schreef het woord klassieker opzettelijk even zonder hoofdletters, want een publicatie van De Correspondent leerde mij vorig jaar dat die hoofdletters een vorm van framing zijn. Media maken er De Klassieker van. Kapitalen om het belang aan te geven. Ook als er geen direct belang was. Zij pompen het op. Zij vergroten de haat uit. Sterker nog, het hele artikel was ronduit schokkend. Ajax en Feyenoord vijanden? Totale onzin, sterker nog ze hadden veel gemeen. Clubs van het werkende volk. Clubs die elkaar ook feliciteerden met resultaten. Jaren gingen ze heel vriendschappelijk met elkaar om.

Zijn Ajacieden Joden? Ja. Moeten Feyenoorders zich daar tegen afzetten vocaal (‘aan ’t gas’)? Neen. Feyenoorders hebben óók een Joods verleden, zo bleek uit het verhaal. Nogmaals: de geschiedenis leert dat de clubs veel meer gemeen hebben dan iedereen zou wensen, laat staan bevroeden (behalve het aantal sterren op de borst). Verrassend en schokkend tegelijkertijd. Allemaal de schuld van de media dat iedereen dat anders beleeft nu.

Dat de media het uitvergroten, klopt ook wel een beetje. Hugo Borst bemoeide zich maandag al met de Klassieker. Hij zette Rotterdam op scherp door Ajax als favoriet te bestempelen (hij blijkt verstand van voetbal te hebben). Ziyech heeft zijn eerste interview over zijn aankomende Klassieker-ontmaagding al gegeven. Elia is in zijn nopjes dat hij waarschijnlijk minuten gaat maken.

Ja, de media vergroten uit. Neem RTL dat John Guidetti interviewde als voorbeschouwing op de ontmoeting met Ajax. Als oud-Feyenoorder in dienst van Celta liet hij het woord Ajax aanstellerig nul keer vallen. Kreeg hij niet over de lippen. En de interviewer bleef prikken. Toch nog een keer vragen of hij niet…..? Nee dus.

‘Sterf voor je club’. Dat lijkt me niet een reactie die ingefluisterd is door Ome Mart Smeets

En toch…toch zit het tegelijkertijd allemaal diep in ons. De gevoelens, de rivaliteit. De adrenaline voor die pot. De spanning. De instinctieve drang om te zingen, te vechten. Tijdens een wedstrijdje tegen de Rotterdammers hoorde ik ooit een buurman in ons vak keihard schreeuwen toen een Ajacied niet gretig genoeg ingreep: ‘Sterf voor je club’. Dat lijkt me niet een reactie die ingefluisterd is door Ome Mart Smeets (‘Mag hij dat zeggen?’). Dat zit gewoon in je.

Ik zou met jullie graag terug willen gaan naar oktober 1993. Het was een mooie, zonnige herfstdag. Zo’n typische heerlijke voetbalmiddag. Ik liep door de straten rond het Olympisch Stadion en er hing een gespannen vibe. Een oorlogssfeer. Ik weet dat de beeldspraak totaal ongepast is, maar je was op je hoede toen. Omdat onze ontmoetingen met Feyenoord toen nog publiek uit beide kampen trok. Dat mocht nog. En die gespannenheid was niet voor niets. We gunden elkaar het licht in de ogen niet.

Tijdens de klim op weg naar het vak, kwamen drie mannen zwalkend en agressief naar beneden. Eentje droeg een bontmuts. Een zwarte jas. Daaronder die verraderlijke kleuren. Uit de v-hals bungelde een gouden ketting. De tongval was overduidelijk Rotterdams. Alles in mijn lijf verstarde. Een confrontatie. Hij beukte, hij zwalkte, hij ging ons voorbij. Zonder kleerscheuren. Met veel verbaal geweld. En dat smaakloze FAI-JE-NOORD.

Teamfoto Ajax vs Bayern CL Olympisch Stadion
Teamfoto Ajax Olympisch Stadion

Verbazing. Hoe kunnen Feyenoorders nu in ons vak zitten? Of werden ze juist het vak uit gestuurd? Hadden ze met hun dronken harses de verkeerde ingang genomen? Levensmoe. Dat waren ze. Maar ze kropen door het oog van de naald. Ze kozen om het niet te doen, zich in het hol van de leeuw begeven. Dat dacht ik op dat moment. Mijn gebalde vuisten ontspanden weer.

Alles bleek een illusie. Zoals iedere aanname rond dit drietal een illusie bleek. Want Feyenoord kwam die dag op voorsprong. 0-1. Sterker nog, het werd ook nog 0-2. En diezelfde sukkels, die Feyenoordfans, ze vierden hun feestje. Ze waren dus teruggekeerd, ze waren ook nadrukkelijk aanwezig. Niet dat ik vind dat ze geen recht hebben op hun plezier, maar een slimme zet leek het allerminst. Juich inwendig. Juich thuis. Maar zet de zaak niet op scherp. Zelfs bij mij klopte de aders in mijn hoofd, de vredelievende Ajacied.

Het leger werd gevormd. Het leger had een aanvalsplan, gevoed door blinde haat

Van onder uit het vak werd hun feestje gespot. Je zag het gebeuren. Het leger werd gevormd. Het leger had een aanvalsplan, blinde haat als strategische tactiek. Ik heb zelden zo’n massa zo snel omhoog zien klimmen. Wurmend tussen mensenlichamen. Toen de volle confrontatie. In de stijl van Braveheart. Ik zag het mannetje met de bontmuts meerdere klappen ontvangen. Ik zag hem bloeden. Ik zag hem de benen nemen. Ik zag hoe hij later achter een menselijk schild van ME’ers het vak kon verlaten.

Raar hoe dat werkt, maar ik vond het mooi dat ze weg waren (en we scoorden daarna nog twee keer). En ja, ook ik was geïrriteerd door deze gasten. Ze mochten opgeruimd worden, niet per se met geweld, maar toch. Mijn punt is: dat heeft niets met framing te maken. Daar spelen de media geen rol in. Dat hoort bij de vurige rivaliteit.

Zondag zitten we voor de buis. Onrustig. We zullen net zo hard brullen als de tot op het bot gedreven Feyenoordfans in een kolkende Kuip. In de kroeg zal ik ongeduldig op en neer springen Dion en Thijs, dat weten jullie. Brok temperament, overdosis ongeduld, veel gevloek.

Daarom de foto, daarom deze blog. Het huist in ons. We staan op scherp. Het is geen noodzakelijk kwaad, het is een extraatje. Weet je Dion, je vroeg ons vorige week hoe wij dat doen, deze stukjes schrijven. Je twijfelt te vaak, omdat je bang bent dat iemand met een Ajaxhart dit leest. Ook de rouwdouwers. Ik hoop dat ze dit lezen, Dion. Dit is wat ons bindt. Dit is onze club (ons Ideaal). Die onzichtbare en niet benoemde verbintenis hebben we nodig. Samen. Niet hand in hand, maar schouder aan schouder. Dat is ons frame. We willen Feyenoord pakken. Nu. Klassieker of klassieker. We gaan voor die winst. Dat zal niemand willen tegenspreken. Want: “Het zijn maar…….”


Altijd als eerste op de hoogte van nieuwe verhalen?
Volg ons dan op Twitter of like onze Facebookpagina.
.

3 gedachtes over “De Klassieker: “Het zijn maar…..”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s