Helemaal niets in Amsterdam

Beste mannen,

‘Helemaal niets in Amsterdam’. Supporters van twee ploegen in de strijd om de Johan Cruijff-schaal zongen het luidkeels deze zomer. Ik trek dat altijd slecht, om twee redenen. Ten eerste omdat ze de spijker op de kop sloegen. Want we hadden in het seizoen 2015/2016 helemaal niets. De andere reden: waarom hebben ze ons Ajax nodig om het leuk te hebben, wanneer je zélf in een strijd verwikkeld bent? Het irriteert me. Maar het antwoord is simpel. Ze ontlenen hun bestaansrecht aan ons. Zonder Ajax voelen ze zich geen Feyenoorder of PSV’er. Is er niets om je tegen af te zetten. Niets om je aan te ergeren.

Dus is er altijd die projectie. Of spiegeling. Dat blijft raar. Het is alsof ze zich realiseren dat ze zonder zuurstof het geen seconde uithouden, maar toch weigeren te ademen. Om vervolgens de lippen stiekem een klein beetje te openen om het levenslicht te blijven zien. ‘Helemaal niets in Amsterdam’. Ga lekker voetbal kijken! Steun jouw ploeg. Laat het ademen een vanzelfsprekendheid zijn.

Steun jouw ploeg. Ik heb het gezegd. Thijsje, Dion, twee weken op rij hebben jullie het gehad over de misère. Dion, je worstelde, je jankte. Je ergerde je groen en geel. Ik snap jouw gevoel als geen ander. Ik herken die pijn. Ik herken de twijfel. Maar tegelijkertijd zou ik je willen zeggen: verzetten heeft geen zin. De liefde van je leven verlaat je niet. Goed, je doet afstand zo nu en dan. Je neemt tijd voor jezelf omdat je ongekend boos bent op die liefde. Maar uiteindelijk kruip je altijd weer bij elkaar in bed. Zo is dat ook bij Ajax. Een vriendin van me had een periode iedere week dezelfde vraag: heb je je seizoenskaart al teruggestuurd? Hilariteit alom. Omdat ik dat meerdere keren hardop uitsprak: ‘Ik ben er klaar mee, ik ga niet meer, ik stuur de kaart terug’ . Natuurlijk bleef ik gaan. Dat is die liefde.

Ik snap jouw gevoel als geen ander. Ik herken die pijn. Ik herken de twijfel.

En ja Thijs, Marc Overmars. Ik snap ook geen reet van zijn beleid. Terwijl ik dat woord in dit scherm tik, realiseer ik me ook dat dat het grootste compliment is voor Marc. Het impliceert dat er beleid is, wat ik ernstig betwijfel. Als een kip zonder kop reageert hij op incidenten. Hij doet maar iets. Luistert naar Raffie als het gaat om een verdediger. Is totaal in paniek wanneer een doelman voor de tweede keer in de belangstelling staat en haalt een geblesseerde huurling als vervanger. Het is alsof hij zich incidenteel realiseert dat hij een baan heeft bij Ajax.

Ajaxwatcher, -kenner, – schrijver Peter Bogert schreef een tijdje terug als reactie op een blog van ons dat de beste berichten uit gif geschreven worden. Dat klopt. Maar ik wil vandaag gewoon eens positief zijn. De zegeningen tellen. Dat is lastig in dit stadium. Ik wil jullie in deze relatiecrisis even aantonen dat alles de moeite waard is. Dat we de zuurstof nodig hebben. Met de bek wijd open.

Geen Vincent Janssen of Luuk de Jong. Geen Dirk Kuijt of Kenneth Verkeer, zoals het Parool hem op de website noemde.  Nee, het werd Davy Klaassen. De beste speler van het seizoen. Winnaar van de Gouden Schoen. Ik moet je zeggen dat ik ook verbaasd was. Zoals elke Feyenoorder en PSV’er, die dan weer reppen over complottheorieën en de Telegraaf. Doorgestoken kaart. Weer die spiegeling.

Wanneer je naar het juryrapport kijkt, dan is die verbazing terecht. Met een half puntje won hij, Davy. Een zes als eindcijfer in de laatste dramatische wedstrijd tegen De Graafschap. Een zes. Dat is mijn optiek wel heel ruim beoordeeld. Want was hij zo sterk in dat duel? Was hij überhaupt zichtbaar in de laatste beslissende wedstrijden? Was het voldoende? Mwah, twijfelachtig.

Maakt het wat uit? Nee! Terugkijken heeft geen zin. Want als ik terugkijk dan wil ik die bewuste wedstrijd op 8 mei ook nog wel eens overdoen. Dat kan niet. De geschiedenis blijft ongewijzigd. Einde discussie.

8 mei. De 0-1 viel en de rust viel over me heen. PSV worstelde in een andere wedstrijd. Het zat goed. De titel was een feit, zo voelde het. Totdat de angst in de tweede helft weer toesloeg en je het drama voelde aankomen. Het einde kennen we. Uiteindelijk dronk ik met betraande ogen ergens een biertje. Omringd door PSV’ers die uitzinnig waren. Dat gebeurt wanneer je in het hol van leeuw aanwezig bent. In de buurt van Eindhoven. Zuurstof vol op de longen bij die zuiderlingen. Ajax was het enige woord dat ze konden uitbrengen.

Als ik terugkijk dan wil ik die bewuste wedstrijd op 8 mei nog eens overdoen.

Helemaal niets in Amsterdam. Onzin natuurlijk. Davy heeft een prijs. En er is altijd IETS in Amsterdam. Ook als we niet winnen. Neem Bergkamp. Die gewoon naast Davy stond om de prijs te overhandigen. Communicatief een dweil. Ook die avond. Maar wat een grootheid is hij. Davy schoot vol toen hij moest speechen, maar ik zat al met tranen in de ogen bij dat plaatje van die twee op één podium. Dennis. In mijn optiek de mooiste Ajacied ooit. Ja, ik weet het. Nummer 14 dan? Ik mag het niet zeggen. Het is onzin. Maar Dennis heb ik van dichtbij meegemaakt. Vanaf zijn eerste tot laatste wedstrijd voor ons.

Dennis heb ik bewust met eigen ogen gezien. De kunstenaar die hij was. Messi is een prutser als je het met de elegantie van Dennis vergelijkt. Voetbal was kunst. Hij was altijd één met de bal. Die hing aan zijn voet. Moleculen van het leer en zijn schoen stroomden in elkaar over. Stiftjes, slepende bewegingen, pirouetten, balcontrole. Een dichter in het veld, een ballerina op het gras. Onnavolgbaar en altijd oogstrelend. Niet mooi doen omdat het kan. Maar mooi doen omdat er geen andere optie is wanneer je speelt. Mooi. De mooiste Ajacied.

 

Daar stonden ze naast elkaar, Davy en Dennis. En ik moest terugdenken aan een vinnig gesprek met mijn goede vriend Marc, eveneens Ajacied. Ieder seizoen ontdekt hij een nieuw talent in de jeugd. Ieder jaar belooft hij gouden bergen. Namen vallen, beloftes en voorspellingen breken net zo vaak. Jaar in, jaar uit heeft hij het bij het verkeerde eind. Ook Davy komt voorbij in zijn eindeloze rijtje van namen vol hoop. De nieuwe Bergkamp, dat zei hij. Tja, witte kop. Hangend voorin. Roofdiertrekjes met elegantie. De vergelijking was raak. “Dit wordt een hele grote Roy”. Zoals altijd lachte ik cynisch. De lach van het temperen.

collage

Uiteindelijk zag ik het óók, dat talent. Hij is van de NextGen-generatie. De jochies die ons trots maakten. Is hij een Bergkamp? Dennis vindt van niet, zo zei hijzelf na de uitreiking. Natuurlijk is hij dat niet! Dennis is een uniek exemplaar. Maar het vergelijk is hoe dan ook niet eerlijk. Omdat hij een andere rol heeft. Ik denk ook niet aan een ballerina als ik Davy op het veld zie lopen. Wat ze dan wel gemeen hebben? Ik hou eveneens onbegrensd van Davy. Omdat hij een echte Ajacied is. Alles doorlopen heeft, veel meegemaakt, altijd scherp en je weet dat het moment komt. Of kan komen. Bam!

Een harde werker, zei Dennis. Iemand die je moet remmen, vond Bergkamp. Het juryrapport looft hem om zijn rol. Iemand die teamgenoten wakker houdt. Een verlengstuk van de trainer. Als je in een wedstrijd goed naar hem kijkt dan weet je wat hij buiten het veld doet, zo klinkt het cryptisch.

Samen staan ze op dat podium. De leermeester en de pupil. Yoda en Luke. Onhandig. Stotterend. Een Bergkamp die Davy begeleidt. Diezelfde Bergkamp die veel bezig is met Dolberg, die daardoor elke dag leert en groeit. Een Bergkamp die onder onze nummer 14 debuteerde tegen Roda. Europese prijzen won met mannen als Van Basten en Rijkaard, spelers die allen ook die Gouden Schoen wonnen. Een Bergkamp die onder Michels debuteerde in Oranje. Een Bergkamp die een streep van een pass van Frank de Boer met het simpelste gemak uit de lucht plukt en op sublieme wijze scoort tegen Argentinië. Een goal die bij me blijft totdat ik mijn laatste brokje zuurstof tot mij neem. Het zijn allemaal namen die je in één adem noemt met Ajax.

Zie hier jongens, dit is onze liefde. Namen, grootheden, beleid. Van der Sar en Overmars, we mogen ze even niet zo aardig vinden, maar ook zij wonnen de Gouden Schoen. Dit is waarom PSV’ers en Feyenoorders ons nodig hebben. Dit is wat zij missen. Een prachtige historie, een heerlijk clubgevoel. Grote namen die altijd terugkeren. Visies die van generatie op generatie gaan. “Helemaal niets in Amsterdam”. Ik dacht het niet.


Altijd als eerste op de hoogte van nieuwe verhalen?
Volg ons dan op Twitter of like onze Facebookpagina.

5 gedachtes over “Helemaal niets in Amsterdam

  1. Wat een onzin, als je mensen als Romario, Ronaldo, Nilis en van Nistelrooy in je elftal hebt gehad en dan stellen dat we grote namen missen. Blijven dromen in het verleden zou ik zeggen 🙂

    Like

    1. @Wim: Heb je het stuk wel gelezen? Er wordt gesproken over helden van vroeger die terug zijn gekomen bij hun club. Waar zijn bijvoorbeeld Romario en Ronaldo nu dan? Resteert alleen Van Nistelrooy als echt voetballegende die terug is gekomen. Want Nilis? Wat heeft hij nu werkelijk bereikt? Aston Villa? Hou op met mij hoor…..Wij fans van Ajax mogen blijven misschien dromen over het verleden, jij mist een stukje realiteitswaanzin lijkt mij. Maar wat ik het mooiste vind is dat de auteur dus gelijk heeft. In plaats van je op je eigen club te focussen kom je hier gal spuwen omdat het Ajax is. Je hebt mijn dag zojuist helemaal goed gemaakt. 😉

      Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s