In de steek

Amsterdam, 24 augustus 2016, 22:16 uur.

Ik fiets over de Ceintuurbaan terug naar een etentje in Oost waar ik eerder die avond ben weggegaan om Ajax’ wedstrijd tegen Rostov te kijken. Mijn handen trillen. Ik kook van woede. Voel zachtjes tranen opkomen, kan wel janken. Ben in tijden niet zo teleurgesteld geweest. Vijf minuten daarvoor heb ik de tv uitgezet. Ik kon het niet meer aan. 4-0 stond het inmiddels, voor Rostov welteverstaan. Vier fucking nul.

Eerder die avond probeer ik mensen uit te leggen waarom ik toch echt weg moet. Dat is nogal wat als iemand letterlijk twee dagen in de keuken heeft gestaan om een diner voor te bereiden. Twee dagen. Toewijding. Diezelfde toewijding heb en voel ik voor Ajax, leg ik uit. Vandaar dat ik er gedurende de avond even tussenuit knijp. De loting is immers pas twee weken geleden bekend geworden en dat is excuus genoeg om weg te gaan van een etentje dat eens per jaar wordt georganiseerd, al maanden in mijn agenda stond en waarvoor iemand twee dagen in de keuken staat. Net voordat de eerste gang wordt geserveerd, spring ik op mijn fiets.

Ik zoef langs het Entrepotdok, trap hard door langs de Amstel en voel zachtjes de adrenaline opkietelen. Het was de afgelopen weken niet goed tegen Willem II en Roda JC, maar hé, voor Europese wedstrijden kan Ajax zich toch wel opladen. Vorige week tegen Rostov zag ik een Ajax dat ik wil zien: jagend, aanvallend, creërend. Bosz heeft tijd nodig en de spelers ook, Rome is ook niet in een dag gebouwd. En hé, als de spelers maar de helft van de passie van ons supporters vertalen in hun spel, kan het niet anders dan dat we over Rostov heen walsen. Thuis gearriveerd negeer ik het zweet op mijn voorhoofd en slinger de tv aan, net op tijd voor de aftrap.

Binnen een paar minuten valt het het al op. Ajax speelt niet des Bosz’. Dit is het betonvoetbal van De Boer. De spelers lijken niet te willen, hoewel ze toch echt in hun oh zo gewenste systeem en opstelling voetballen. Zouden ze überhaupt weten waarom ze een kleine drieduizend kilometer hebben gereisd om hier vanavond een potje voetbal te spelen? Geen enkel initiatief, geen aanval, laf rondtikken, balletjes breed en tikjes terug. Tete die niet vooruit voetbalt, Riedewald is met zijn hoofd in andere oorden, Veltman doet af en toe een Veltmannetje, Viergever is Viergever, Klaassen speelt ouderwets verstoppertje, El Ghazi is het helemaal kwijt en Bazoer, tja Bazoer… TPG Post werknemer van het jaar. Ik scheld hardop voor de tv, eenzaam op de bank.

Ongehoord is het. Een blamage. Alles wat ik hier nu neerzet, schiet tekort in omschrijving. Een ontmaskering. In onze kampioenen-app vraag ik me af waarom ik deze club nog aanhang. Weten jullie het misschien? Laten we eerlijk zijn: wat is er nog over van ons Ajax? Johan Cruijff wordt de deur gewezen, de jeugdopleiding die hervormd leek te worden, kabbelt weer voort zoals-ie de afgelopen vijftien jaar heeft gedaan, naar de scouting wordt niet geluisterd en het transferbeleid mag geen beleid genoemd worden. In de tussentijd wordt nog wel Peter Bosz aangesteld en die lijkt het even te proberen maar loopt al snel tegen duizend onzichtbare muren aan. En dan heb ik het nog niet over het supportersbeleid gehad. Ajax is zijn gezicht aan het kwijtraken. Ik herken onze club minder en minder.

Midden in de tweede helft zet ik zet de televisie uit. Ik hoef dit niet meer te zien. Ik stap op de fiets en ga terug naar het diner. Op straat zie ik mensen in Ajaxshirts ontheemd rondslenteren, ziel onder de arm. Ik kan alle emoties maar moeilijk onderdrukken. Ik tril, slik, verman me en fiets door. Een raar en onprettig gevoel in mijn maag speelt op. Hoe kun je zó ontzettend in de maling worden genomen? What the fuck denken die spelers en mannen in de directie wel niet? Ze spelen en werken voor de mooiste club ter wereld, krijgen daar vorstelijk voor betaald maar kunnen het niet opbrengen om een goede pot voetbal aan de dag te leggen. Ik voel me bedrogen mannen.

Teruggekomen in Oost word ik hartelijk ontvangen, men lijkt alweer vergeten hoe ik er eerder die avond hoogst onbeleefd tussenuit kneep voordat er ook maar enige spijs was geserveerd. Enkel en alleen om een voetbalwedstrijd te kijken. Maar gelukkig stap ik terug in een warm bad. Er staat een majestueuze tafel in het midden van de kamer waaraan een tiental mensen zitten. ‘En?’, wordt gevraagd. ‘Verloren’, antwoord ik kort en hoop het hiermee af te kunnen doen. Ik zet mijn telefoon uit en probeer te vluchten voor de werkelijkheid. De gastvrouw is inmiddels bezig om een bord eten voor me op te scheppen. Er wordt een glas wijn neergezet. In een paar slokken is het leeg. Iemand probeert een gesprek aan te knopen. Of ik afgelopen zomer ook naar het WK heb gekeken? Interesseert me niet, antwoord ik. Meewarig kijkt de vragensteller me aan. Ik mompel iets over niet uit te leggen clubliefde en staar voor me uit. Ik herpak me en merk op dat afgelopen zomer een EK werd gespeeld. Mijn gesprekspartner begint maar beleefd over de Olympische Spelen.

Gelukkig eindigt de avond toch nog op een mooie manier. Inspirerende gesprekken over het leven, kunst, muziek, cultuur en de nodige glazen wijn doen me vergeten wat er eerder die avond op tv ergens in Rusland gebeurde. Dit doet me aankomen bij mijn punt jongens: het baart me allemaal ontzettend veel zorgen. Ajax, onze club, staat verder van me af dan ooit tevoren. Ik heb ideeën voor oplossingen. Zoals iedere fan die heeft. Maar het lijkt allemaal niet aan te komen in de ivoren torens in Zuidoost. Wat moet er gebeuren om aan te zetten tot actie? Een stelselmatige wijziging in beleid? Aan Peter Bosz zal het niet liggen, het lijkt erop dat het de hogere machten zijn die moeten veranderen. En de spelers op het veld. Wat beweegt die gasten nou eigenlijk echt? Er is werkelijk geen pijl op te trekken.

Aankomend weekend spelen we tegen Go Ahead Eagles. Weer zo’n kraker. Ondanks alles zit ik dan weer netjes voor de buis, zoals het een echte fan betaamt. Want wij geven niet op – lezen jullie mee Collee, Van Der Sar, Overmars en selectie? Hopende op een zonnig potje met aanvallend voetbal. Een nette 0-4 zou op zijn plek zijn. Dan wil ik misschien nog overwegen om mijn Ajaxhart niet tijdelijk in de koelkast te zetten. Maar lang gaat dit niet meer duren als het zo doorgaat. Ajax is minder en minder mijn club aan het worden. En dat doet pijn, heel veel pijn.


Altijd als eerste op de hoogte van nieuwe verhalen?
Volg ons dan op Twitter of like onze Facebookpagina.

3 gedachtes over “In de steek

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s