Wereldberoemd blauw

Ik kijk naar de berg. Nog een keer. Bosz zit in het zadel. Lullig helmpie op. Maar daar ligt mijn focus niet op de foto. Die berg. Die bocht. Dat huis. De Ajax-selectie sleutelt aan de conditie en het teamgevoel in het Oostenrijkse Zillertal, rondom Mayrhofen. Dus worden we overstelpt met sfeerplaatjes. Daarom. Die foto. Die berg. Ik meen ‘m te herkennen.

Nu zijn er redelijk veel wegen in en rondom Mayrhofen. Nou ja, dat valt eigenlijk ook wel weer mee, want er is één lange weg die door het groene dal loopt langs de meanderende Ziller. Het is een aorta, ingekapseld door Alpen. Met daarlangs kleine adertjes die in veel gevallen de berg op schieten. Kuitenkrakers. Het shot dat ik van Bosz en de selectie zie, werpt me in één keer terug naar 1995.

Om mijn benen zie ik ineens dat voor ons wereldberoemde donkerblauw. Aan het einde van de pijpen een streep rood-paars. Ik zie mijn benen bewegen. In een veel lager tempo dan ik eigenlijk wil. Sterker nog, ik doe nog net geen surplace met mijzelf. Weer zo’n verdomde haarspeldbocht voor de kiezen, op de voor mij veel te kleine atb-fiets die ik gehuurd heb. Ik weiger terug te schakelen. Want ik moet dit op karakter winnen.

Het shot dat ik van Bosz en de selectie zag, wierp me in één keer terug naar 1995.

In mijn hoofd waan ik mij in eerste instantie Miguel Indurain. Ik hoor Mart in mijn hoofd praten. Hij is euforisch. Superlatieven schieten te kort in zijn rijke vocabulaire aan hyperbolen. Het realiteitsbesef brengt me tegelijkertijd weer snel met beide benen op de grond. Want superlatieven zijn alleen besteed aan de chauffeurs van de auto’s die met een grote boog om die zwabberende Nederlandse idioot heen rijden.

Hoe krijg ik mijzelf weer in beweging? Hoe kom ik uit deze dip? Voor alle helderheid: ik maak op dat moment kennis met de consequenties van een idiote beslissing. Een paar uur eerder riep ik in de nacht, na net iets te veel Obstler bij Gasthof Eberhardt: ‘Ik ga de beklimming doen naar Finkenberg’. Ik kan je zeggen beste Dion, het was een avond die niet in jouw Zandloperdieet zou passen. Het was een avondje voor Raffie. Fastfood Austrian style, schnitzel. Fast drinks. Halve liters, met in de schaduw van die enorme kelk die Obstler. Die we akelig hard en snel weg tikten. Tikkietakkie aan de bar.

Goed, ik zat op die fiets. Waarom? Omdat ik de fiets toch nog 24 uur  had. Eerder die dag had ik op het grindpad gereden langs de Ziller. Lekker trappen. Voeten in het koude, troebele bergwater. Eigenlijk net zoals Veltman daar zat dinsdag met Davy. Maar dan zonder die malle beha.

 Foto Davy Klaassen (Instagram)

Foto Davy Klaassen (Instagram)

Nu was ik op weg naar 840 meter hoogte. In de kroeg leek het allemaal niet zo erg. In de auto ook niet. Eenmaal op de fiets hoopte ik die laatste Obstler niet meer gedronken te hebben. Want het zuur zat in mijn keel.

Indurain ben ik niet. Mart is alleen nog een echo in mijn hoofd. Ik zie mijn been. Het moderne Ajax-logo op dat wereldberoemde blauw. Ik heb andere input nodig om ooit nog uit deze bocht te komen. Dat logo. Dat blauw. Ik ben in Oostenrijk. Ons Oostenrijk. Maar wacht eens even… Hier zijn we onovertroffen. Ik draag hier een broek die iedereen herkent. Ik ben een winnaar. Iedere chauffeur die passeert, met claxon of niet, ziet van wie ik ben. Wij zijn de beste, dat weten we. Ik ook, op die kut fiets. Dus kom op! Als ik in Finkenberg ben dan kijk ik met mijn Superman-ogen naar het Ernst Happel Stadion. Dat is wat ik mijzelf beloof.

Ik draag hier een broek die iedereen herkent. Ik ben een winnaar.

Het tempo gaat omhoog. De haarspeldbocht trekt zich uit als een elastiek,  in een kaarsrechte snelweg zonder stijgingspercentage. Wij zijn Ajax. Ik ben Ajax. Ik zie het logo aanzienlijk vaker naar me toe komen vanaf de pedalen. Doping. Meer doping. Dat is wat ik nodig heb.

Ik zie het voor me. Ajax speelt van rechts naar links. Ik zie Edgar, hij schuift de bal naar Frenkie. Frenk dendert door het hart van het veld, schuift de bal af. De O-benen van Kluivert. Balaanname. Hij worstelt zich langs lichamen en uitgestrekte benen. Frenk snijdt door de zestien heen, als bliksemafleider. Patje loopt en loopt en loopt. Zo voelt het, een paar zevenmijlsstappen. Hij glijdt de bal richting keeper. Erlangs zelfs. Scoort. Patje verliest het contact met de wereld. Hij blaast. Hij jankt. Hij draait zijn shirt. Davids in zijn kielzog. De Boer niet ver daar vandaan. Frenk viert zijn eigen feest aan de andere kant van het veld. Ik geef toe, Thijs, het haalt het niet bij al die imponerende omhalen van Huntelaar waar je eerder naar verwezen hebt *kucht*, maar ik vind dit toch ook geen onaardige goal. Niet in schoonheid. Wel in historisch perspectief.

Die beelden, die finale. Ze passeren als een film in mijn hoofd. Ik? Ik klim. Keer op keer herhalen deze luttele seconden zich. Ik heb de cup met de grote oren te verdedigen. Ik mag dat logo niet teleurstellen. Ik moet winnen.

Ik ben boven. Veel eerder dan ik dacht. Dankzij de finale. Dankzij Ajax. Ik spuug. Ik kots de Obstler uit mijn lijf. Letterlijk, maar het is het zoet van de overwinning. Of het zuur.

Op die weg rijdt de Ajax-selectie. Ik weet het bijna zeker. Onze selectie volgt mijn spoor. Ze bereiken de ‘top’, kijken net als ik naar Wenen (maar niet heus). En voor het complete beeld: in de verte  zien ze met hun Superman-ogen het Ernst Happel Stadion. Ons fort.

Jongens, dit is geen toeval. De cirkel is rond. Die foto verandert ons leven. Alles wijst er op. We winnen de Wereldcup. Net als het team in dat wereldberoemde blauw.

4 gedachtes over “Wereldberoemd blauw

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.