Vijf seconden

Mannen,

Een vriend van me hanteerde rond de eeuwwisseling regelmatig de vijfsecondenregel. Het kwam erop neer dat je na oogcontact met een meisje vijf seconden de tijd had om haar te zoenen. Geen laf kusje, nee, vol op de mond. Achterliggende gedachte was waarschijnlijk dat er na die eerste vijf seconden van alles zou kunnen gebeuren dat een zoen later in de weg zou staan. Een openingszin bijvoorbeeld. Of de zin daarna. Nu ik er langer over nadenk: het zou ook de driesecondenregel kunnen zijn.

Gebruiken jullie hem ook wel eens, de vijfsecondenregel?

Peter Bosz wel. Zijn vijfsecondenregel houdt in dat je na balverlies moet zorgen dat je hem binnen vijf tellen terug hebt. Die eerste seconden is de tegenstander kwetsbaar, zijn nog niet alle spelers in positie. Jagen dus. Vastzetten. Als het langer dan vijf seconden duurt, wordt het lastig en moet je terug. En dat kost energie. De regel komt uit de Grote Handleiding voor het Moderne Voetbal, geschreven door Pep Guardiola (wisten jullie dat hij eigenlijk gewoon Josep heet?). En als we iets sinds de aanstelling van Peter Bosz als trainer van Ajax vaak hebben gehoord is het dat ‘Pep’ hem inspireert. Hij heeft zelfs zijn boek gelezen. Op het strand, net voordat hij zijn slippertjes aandeed om met zijn nichtje een vanille-ijsje te gaan halen.

We zien een rustige, vriendelijke familieman die welbespraakt blijk geeft van ambitie en tactisch inzicht.

Nee, ik ben niet cynisch. Maar de eerste indrukken van Peter Bosz in Amsterdam zijn haast te mooi om waar te zijn. We zien een rustige, vriendelijke familieman die welbespraakt blijk geeft van ambitie en tactisch inzicht. Iemand met oog voor analyse en statistiek, de kant van het voetbal die door sites als Catenaccio en Tussen de Linies ook bij het grote publiek snel aan populariteit wint. (Als je de stukken die over dit fenomeen worden geschreven mag geloven worden die sites gevuld door jongens die in hun puberteit nooit zonlicht hebben gezien en de nacht op hun zolderkamer – altijd weer die zolderkamer – niet gebruiken voor slaap maar om corners te turven tijdens verhitte derby’s in de Paraguayaanse derde divisie.)

Ik ben enthousiast. Over die sites én over Bosz. Het is misschien flauw, maar na jaren waarin ons belangrijkste strijdplan ‘foebele’ was, hunker ik naar een heldere strategie voor aantrekkelijk voetbal. Creatieve tactische ideeën. Aanvalsspel dat past in deze tijd. Met een mooie Ajax-spits. Huntelaar? Zou kunnen. Ik deel je liefde voor Klaas Jan. Die ondeugende twinkeling in zijn ogen als hij zonder bal een verdediger besluipt, klaar voor de voorzet. Zijn winnaarsmentaliteit, een week niet te genieten na een nederlaag. Het is en blijft een jongen met een bal, alleen het lijf wordt ouder. De Ooijerrol past hem niet, voor Huntelaar nummer 9 of helemaal niks. En, zeg ik met pijn in het hart, ik betwijfel of hij nog kan brengen wat wij verlangen.

Las ik trouwens goed dat Huntelaar geen man is van weergaloze omhalen? Meen je dat, Roy? Voor een hele generatie heeft Klaas Jan de omhaal hoogstpersoonlijk uitgevonden. De bekendste is waarschijnlijk die tegen Roda JC in beker, diep in blessuretijd (top, die kop van Huub Stevens). En er waren er nog wel een stuk of vijf, bij Ajax en Heerenveen.

Huntelaar zou komend jaar onze spits kunnen zijn. Zeker. Maar is Milik niet veel logischer? Die heeft ook een neusje voor de goal. Is kopsterk met een mooi linkerbeen. Vorig jaar pas gekocht. En basiskracht bij een EK-kwartfinalist. Wat mij betreft heeft Milik indruk gemaakt dit Europees kampioenschap. De zwartkijkers zullen hem een kansenmisser noemen en inderdaad, hij had er twee of drie meer kunnen maken. Daar staat wel tegenover dat hij elke wedstrijd gevaarlijk was, zich liet zien, op de goede plekken opdook en veel verdedigend werk deed. Dat alles, plus een goal en twee benutte strafschoppen in de penaltyseries, zal de nodige interesse opleveren. Het zou ook reden kunnen zijn voor Bosz en Overmars om Milik voorlopig in Amsterdam te houden.

Als een tapdanser op tilt trappelde hij richting stip om de bal vervolgens vakkundig de tweede ring in te rossen.

Ik schrijf dit op de dag van Duitsland-Italië. Een tactisch en mentaal steekspel, daags na de spectaculaire overwinning van Wales op België. Nooit namen de Duitsers hun strafschoppen zo slecht en toch mogen ze door. De penaltyserie gaat de boeken in als die van de rare aanlopen. Huppeltjes, pauzes, de vreemdste bochten: The Ministry of Silly Walks in Bordeaux. Wat is er mis met een solide aanloop? Vanavond is het bewezen: hoe strakker die is, des te groter de kans op succes. Het was de avond van Zaza, man van Ascoli, Sassuolo en Juventus. In de allerlaatste minuut ingebracht, speciaal voor de penalty’s. Als een tapdanser op tilt trappelde hij richting stip om de bal vervolgens vakkundig de tweede ring in te rossen. Zaza, de schlemiel van dit EK. In vijf seconden maakte hij zichzelf volstrekt belachelijk.

Die aanloop van Zaza was waarschijnlijk het vreemdste wat ik op een voetbalveld zag gebeuren sinds de wissel van Milik tegen De Graafschap.

4 gedachtes over “Vijf seconden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s