Capuchon tegen de tranen

image-4728048

Beste mannen,

Jullie weten hoe twijfelachtig ik alle voetbalclickbaitsites vind. Omdat de titel me nooit geeft waarop ik op hoop. Tuurlijk, ik heb al zestig keer overwogen om ze uit mijn sociale mediatijdlijnen te halen. Maar ik ben ook bang dat ik iets mis over onze grote liefde Ajax. Dus ik verwijder of ontvolg niks. Schijtluizengedrag, dat weet ik.

Toch blijft die teleurstelling altijd als ik tegen beter weten in op zo’n ronkend linkje klik. Het is voor mij verbonden aan het gevoel dat ik vroeger vaak had bij een Kindersurprise, je weet wel, dat chocolade ei. Zilverpapiertje er af. Gulzig maar geduldig het ei pellen. Een poging om het in perfecte twee helften te scheiden. Snel een kinderlijk muizenhapje chocolade om de eerste honger te stillen. Op zoek naar die gele, plastic capsule in het midden waar de echte verrassing wachtte. Ik kon soms heel erg boos worden als er dan zo’n krakkemikkig mannetje in zat dat jezelf in elkaar moest zetten aan de hand van een soort Ikea-handleiding. Ik wilde autootjes. Maar kreeg belachelijk veel mannetjes. Zo werkt het met die voetbalsites ook. Veel mannetjes in de vorm van non-nieuws, suggesties, roddels, nietszeggende berichten.

Ik wil zo veel, maar ik krijg zo weinig de laatste jaren bij Ajax. Geen autootjes, of concrete bijzondere aankopen in relatie tot Ajaxberichten. Maar altijd mannetjes. B-garnituur spelers. Zogenaamde toptalenten uit hete oorden. Waar dan later vaak niks van terecht komt. Of het was volslagen onzin, de berichtgeving. Of de Ajax-directie was weer te gierig of afwachtend, waardoor al die clickbaitberichten dode pixels worden die verstoffen in dat oneindige internetarchief. Cache-kliko.

Ik wil zo veel, maar ik krijg zo weinig de laatste jaren bij Ajax.

Toch houden die sites me de afgelopen weken enorm bezig. The Hunter is ons beloofd. Klaas Jan. Het is wonderbaarlijk hoe het zich allemaal manifesteert op die sites. Eerst het nieuws: Klaas Jan staat open voor een terugkeer. Ik voelde dat mijn hart op dat moment een paar slagen miste. Ik zal ook uitleggen waarom.

Ajax heeft veel mooie spitsen gehad. Natuurlijk, hij is geen Van Basten, geen Zlatan, geen Kluivert. Daarvoor is hij te veel een werkvoetballer. Hij is niet iemand die elf man passeert voordat hij het doel treft. Geen weergaloze omhalen. Een stiftje is niet aan hem besteed. Klaas Jan wil scoren. Het hoeft niet mooi te zijn.  Hij heeft gewoon een instinct dat hij gehoorzaamt. Bal tegen de touwen, that’s it.  Met dat eigenwijze koppie. Altijd bewegend, dirigerend. Zelden tevreden. Altijd opeisend.

Hij haat bankzitten. Hij wil altijd in die wei staan. Plaats je ‘m op de bank, dan wordt hij een tikkeltje onuitstaanbaar en zal hij aantonen dat het een verkeerde keuze was. Neem die wedstrijd van Oranje tegen Mexico op het laatste WK in Brazilië. Klaas Jan is er net in. Staat eigenlijk op het tweede plan. Robben versiert een penalty en the Hunter doet alles wat voetbalwetten verbieden. Hij eist de bal op voor die pingel. Laat zien wie hij is. Eigenwijs, dirigerend, maar vooral koelbloedig en effectief. Bal op de stip. Een natie houdt de adem in, hij blaast op hetzelfde moment de adem uit. Bam! Hij kantelt de wedstrijd. Op een tegennatuurlijke manier. Daarom is hij mijn favoriete Ajaxspits. Een anti-held met een heldenstatus. Een jongensachtig koppie. Altijd tuffend. Altijd mopperend. Maar bovenal altijd gevaarlijk. Geen kapsones. Gewoon ballen, zonder tatoos, zonder relletjes. Een man naar mijn hart. Puur. Met een onbegrensde liefde voor het spel.

Goed, hij zou komen. Dat zeiden de sites. Om een paar dagen later, want zo werkt het bij deze machinale sites, weer te melden dat hij het zou gebruiken in het financiële en strategische spel om zijn carrière spannend te houden in Duitsland. Werkelijk? Is hij zo? Ik kon het niet geloven, die onzin. Hoewel het tegelijkertijd als een dode mus voelde. Of beter: wederom een mannetje met Ikea-handleiding uit een gele capsule.

Inmiddels ziet het er weer goed uit, als ik de roddelpers op voetbalgebied mag geloven. Maar wat kun je nog geloven in het huidige voetbal? Het is zo mistig als een ochtend in een regenwoud.

Ik zou er in elk geval heel blij mee zijn. Natuurlijk weet ik dat jullie zeggen, plaats the Hunter maar op de bank. Hij moet een Ooijerrol vervullen, iemand met ervaring die jonge gasten kan opvoeden, ondersteunen. Iemand die dienstbaar is voor het team. Teleurstellingen verbijt op de bank. Zoals Johnny dat deed, hoewel dat weer gruwelijk onmenselijk was. Hoe dan ook, ik denk dat jullie van Klaas Jan een speler willen maken die er staat wanneer je hem nog hebt. Niet de eerste keuze in de spits. Dat kan. Dat is prima. Maar ik ben er van overtuigd dat hij meer is dan dat. Omdat hij altijd dat vechtertje blijft. Een man waarop je kunt bouwen. Geen kapsones. Altijd eerlijk.

Het zou zo mooi zijn. Sinds december 2008 heb ik op dit moment gewacht. Wat een dag was dat. We speelden tegen ADO. We wonnen. Dario had het op de heupen die dag. Ik vond mijn bewijs dat die mooie jongen uit Argentinië echt wel een potje kon voetballen. Toch voelde mijn gejuich destijds als verraad. Wetende dat we na die aardige pot tegen de Hagenezen afscheid zouden nemen van één van mijn favoriete Ajacieden.

Klaas Jan werd gehuld in het vest van de F-side dat ik ook droeg. Dezelfde kleur. Dezelfde emoties.

Alles zit nog in mijn hoofd. Onze pannenkoek Marco naast hem op het veld. Zijn introductie is stamelend en uit de categorie cliché. Klaas Jan, een ijskast in het veld, toont zich licht emotioneel. Een hand in de zak, de andere om de microfoon. Zijn ere-rondje gaat gepaard met vuurwerk dat tot in Eindhoven te horen is. Ik heb het zwaar. Klaas Jan wordt gehuld in het vest van de F-side dat ik ook draag. Dezelfde kleur. Dezelfde emoties. Beiden weten we dat ons afscheid nodig is, om verder te kunnen groeien. Beiden hebben we de juiste keuze gemaakt. Beiden weten we dat we elkaar in datzelfde stadion weer zullen zien. Omdat we op een mannelijke manier verliefd op elkaar zijn.

Mannen, we stonden schouder aan schouder in vak 410. In de gebruikelijke volgorde: Dion, ik, Thijs. En zoals zo vaak voelde ik de waterlanders opkomen. Ik veinsde dat de kou me overviel. Zette de capuchon op. Maar onder het blauwe katoen liet ik de tranen de vrije loop. Mijn eerbetoon aan mijn Hunter. Ik heb de foto van zijn afscheid op grootformaat. Ik kreeg van mijn vriendin met kerst zelfs een foto van hem met handtekening. Omdat ze mijn liefde voor hem kent en gedoogt.

Mijn hart staat in vuur en vlam. Keert hij terug? De man die 105 keer scoorde in 136 Ajaxwedstrijden. Als het zo is…hetzelfde vest ligt al klaar. Om mijn tranen te maskeren. Ik struin voorlopig nog al die sites af. Tot de bevestiging komt: de Hunter komt. Dat zou eindelijk betekenen dat ik mijn autootje krijg. Een heilige koe in dit geval.

 

 

Een gedachte over “Capuchon tegen de tranen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s